Beleidsplan
 
2017-2021
 
 
 
 
 
Hervormde Gemeente Nieuw-Stadskanaal 
 
(Oosterkadekerk)
 
in de Protestantse Kerk in Nederland.
 
Inhoudsopgave:
 
Woord vooraf.
 
Hoofdstuk 1:  Visie op de gemeente en toetsing.
                   1.1.0 De gemeente van onze Heere Jezus Christus.
                   1.2.0 Kenmerken en bedoeling van de gemeente.
                   1.3.0 Karakter van de Hervormde Gemeente Nieuw-Stadskanaal.
                   1.4.0 Identiteit en positionering van de gemeente in de P.K.N.
                   1.5.0 Beleidsvoornemens.
 
Hoofdstuk 2:  De herderlijke zorg.
                   2.1.0 Wat is herderlijke zorg of pastoraat?
                   2.1.1 De herderlijke zorg is een taak van allen, niet van enkelen.
                   2.1.2 De herderlijke zorg: taak van ambtsdragers.
                   2.2.0 Waar bestaat de herderlijke zorg in de gemeente uit? 
                   2.2.1 Onderling pastoraat in de gemeente.
                   2.2.2 Pastoraat door de predikant.
                   2.2.3 Pastoraat door de ouderlingen / c.q. huisbezoek.
                   2.3.0 Aanzetten voor pastoraal beleid.
 
Hoofdstuk 3:  De eredienst.
             3.1.0 Visie.
                   3.2.0 Overzicht van de verschillende erediensten.
                   3.3.0 Knelpunten.
                   3.4.0 Aanzetten tot beleid voor de eredienst. 
          
Hoofdstuk 4:  Vorming en toerusting.
                   4.1.0 Visie.
                   4.2.0 Actuele situatie.
                   4.3.0 Beleidsvoornemens. 
 
Hoofdstuk 5:  Catechese.
             5.1.0 Visie.
                   5.2.0 Actuele situatie. 
                   5.3.0 Catechesebeleid voor de komende jaren.
 
Hoofdstuk 6:  Jeugdwerk.
              6.1.0 Stand van zaken.
    6.2.0 Knelpunten.
    6.3.0 Beleidsvoornemens.
 
Hoofdstuk 7:  Diaconaat.
              7.1.0 Visie: Wat verstaan wij onder diaconaat?
                    7.2.0 Dienen: een taak van allen.
                    7.3.0 Dienen: een taak van ambtsdragers.
                    7.3.1 De samenstelling van het College van diakenen.
                    7.3.2 Het inzamelen en beheren van diaconale gelden.
                    7.3.3 Bestemming diaconale gelden.
                    7.4.0 Het dienen in de erediensten. 
                    7.5.0 Taken en verantwoordelijkheden van het College van diakenen. 
                    7.6.0 Enige beleidsvoornemens.
 
Hoofdstuk 8:  Evangelisatie.
              8.1.0 Visie.
                    8.2.0 Beleidsvoornemens.
 
Hoofdstuk 9:  Zending.
             9.1.0 Visie.
                   9.2.0 Stand van zaken.
                   9.3.0 Beleidsvoornemens.
 
Hoofdstuk 10:  Relatie met de CGK en GKV
                 10.1 Visie.
                   10.2 Stand van zaken.
                   10.3 Beleidsvoornemens.
 
Hoofdstuk 11: Relatie met andere gemeenten in de P.K.N.
              11.1 Visie (zie hoofdstuk 9.1).                11.2 Beleidsvoornemens.                
Hoofdstuk 12: Kerkvoogdij, geldwerving en informatie.
                 12.1.0 Visie.
                 12.2.0 Overzicht van Kerkrentmeesterlijke taken. 
                   12.2.1 Het College van Kerkrentmeesters.
                   12.2.2 Kerkrentmeesterlijke taken.
                   12.3.0 Geldwerving.
                   12.3.1 Besteding van de financiële middelen.
                   12.3.2 Beheer gebouwen.
                   12.3.3 Personeel.
                   12.4.0 Beleidsvoornemens voor de periode 2017-2021.
 
Hoofdstuk 13: Enkele praktische afspraken. 
        13.1 Enkele praktische afspraken op basis van het beleidsplan.
 
Hoofdstuk 14:  H.V.D.-bezoekwerk.
14.1 Richtlijnen t.b.v. het H.V.D.-bezoekwerk.
 
 
 
 
 
Woord vooraf.
 
In de nieuwe kerkorde, die sinds 1 mei 2004 in de Protestantse Kerk in Nederland van kracht is, is het vaststellen van een beleidsplan voor een periode van vier jaar één van de taken van de kerkenraad. (ord.4.7.1 en ord.4.8.5) Na overleg met het college van kerkrentmeesters, het college van diakenen en de vergadering van lidmaten heeft de kerkenraad een beleidsplan voor de jaren 2017-2021 vastgesteld.
 
De gesprekken rondom dit beleidsplan vormen tevens een goede gelegenheid om alle aspecten van het gemeentewerk de revue te laten passeren. 
 
De opstelling van dit beleidsplan heeft ons geholpen om de vragen waar we ons voor gesteld zien te inventariseren en zo mogelijk van passende beleidsmaatregelen te voorzien. Daarbij is het goed om te bedenken, dat een beleidsplan geen dwangbuis is, dat alles dicht timmert, maar een richtingaanwijzer, de stroom, waarin we ons willen begeven. Ons verlangen is, dat het de stroom van de Heilige Geest zal zijn, die waait waarheen Hij wil. We kunnen en mogen de Geest niet inkaderen in onze beleidsvoornemens, maar Hem de ruimte laten, die in alle waarheid leidt naar de komst van Zijn Koninkrijk. Daarom bidden wij om de leiding van de Geest om ons te helpen de gemeente te bouwen op het ene en vaste fundament dat er ligt: Jezus Christus.
 
 
 
De kerkenraad van de Hervormde Gemeente Nieuw-Stadskanaal. 
 
 
 
 
Hoofdstuk 1: Visie op de gemeente en toetsing.
 
1.1.0  De gemeente van onze Here Jezus Christus.
 
De gemeente is gemeente van Christus. Zij is gebouwd op het fundament van apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is (Ef.2:20) en heeft als doel de grote daden te verkondingen van Hem, die ons uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht. (1 Petrus2:9b). De gemeente is Gods wonder. Dat zij bestaat is te danken aan Zijn opzoekende zondaarsliefde en aan het feit, dat Hij in verbondenheid met ons wil leven want de Heer is op ons heil bedacht. Hij spreekt door Zijn Woord en Geest om ons te behouden. Als gemeente zijn wij het lichaam van Christus op aarde, waarvan Hij zelf het Hoofd is, om in de kracht van de Heilige Geest getuige in woord en daad te zijn van Gods grote daden, totdat Christus wederkomt. De gemeente hier op aarde is dan ook gemeente in wording en onvolmaakt, steeds weer te her-vormen. 
 
1.2.0  Kenmerken en bedoeling van de gemeente.
 
Wij geloven, dat de gemeente Gods één, heilig en algemeen christelijk is. In Handelingen 2 vers 42 lezen we, dat zij volhardt bij het onderwijs der apostelen, de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.
 
De wekelijkse, zondagse erediensten vormen het kloppende hart van het gemeente-zijn. In de verkondiging wordt ons vergeving van zonden door het lijden en sterven van onze Heiland aangezegd en de oproep gedaan tot geloof en bekering, vernieuwing van het leven, zowel persoonlijk als van de gemeente. Het is een wonder, dat God met ons zondaren wil verkeren en dat Hij ons ontmoeten wil door Zijn Woord en Geest. Daarbij ontdekken we als leden van de gemeente, dat Christus ons door het geloof in Hem tot broeders en zusters van elkaar maakt. In de eredienst worden we gebouwd in het Woord, doen we inspiratie op voor de oefening van het leven in geloof en worden we aangespoord ons aandeel in het werk van de gemeente te verrichten. We oefenen en beoefenen de lofzang voor en de aanbidding van God, en tevens oefenen en beoefenen we de dienst aan de naaste, dichtbij en ver weg, in de voorbede, het geven van onze gaven en in de persoonlijke ontmoeting en het omzien naar elkaar.
 
In het lichaam van Christus, de gemeente, is er verscheidenheid aan gaven en personen. Maar in Christus zijn we één. Als broeders en zusters in Christus zien we in liefde naar elkaar in bemoediging, vertroosting, opbouw en vermaning. Ook weten we ons verbonden met allen, die in deze wereld de verschijning van onze Here Jezus Christus liefhebben. Geworteld en gegrond in de liefde, zijn we samen met alle heiligen in staat te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is van Gods liefde in Christus Jezus. (Ef.3:18) Daarbij gaat de gemeente haar weg in blijvende verbondenheid met het volk van Israël en is de voorbede voor Gods volk een voortdurende roeping en opdracht.
 
 
Als gemeente zoeken we onze weg in overeenstemming met het onderwijs van apostelen en profeten. De gemeente leeft van, bij en uit het Woord. 
En de Geest wil ons in alle waarheid leiden en doet ons Gods Woord verstaan. Voortdurend zoeken wij te begrijpen wat Gods wil is voor ons in het hier en nu. Dit betekent een proces van steeds weer hervormen, voortgaande reformatie, een weg met vallen en opstaan, maar gericht op de toekomst en de komst van het Koninkrijk Gods. We zijn gemeente op weg naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die komt. (Openb.21:1-5)
 
Daarbij volhardt de gemeente in de dienst der gebeden, omdat we slechts onze weg door dit leven kunnen gaan in voortdurend contact en in afhankelijkheid van God. Het gebed is de adem van de ziel en sticht gemeenschap met God en elkaar. In het gebed oefenen we aanbidding, lofprijzing, dankzegging, voorbede, schuldbelijdenis en smeekbeden.
 
De gemeente leeft wel in de wereld, maar is niet van de wereld. Zij is heilig, apart gesteld door haar Heer en dient Gods bedoelingen na te streven in pastoraal, diaconaal en missionair opzicht. Omzien naar elkaar en anderen, het getuigen van het evangelie horen onopgeeflijk bij het wezen van de kerk. Ambten en commissies stimuleren de gemeenteleden hierbij en scheppen de voorwaarden om deze taken zo goed mogelijk te kunnen verrichten.
 
Wat de structuur van de gemeente en de plaats van de kerkenraad betreft, lezen wij in Gods Woord (1 Kor.12), dat iedere gelovige één of meer geestelijke gaven ontvangt. Gaven die ingezet moeten worden tot dienst aan de ander en tot opbouw van het lichaam van Christus, de gemeente. De ambten zijn gegeven om waar mogelijk het dienstwerk in de gemeente te stimuleren, organiseren, coördineren en uit te voeren. De kerkenraad geeft leiding aan de gemeente en tevens heeft zij het opzicht over het leven van de gemeente en haar leden. Een ambt bekleden in Christus kerk is geroepen zijn tot dienst (diakonia), zoals Christus niet gekomen is om te heersen, maar om te dienen, met inzet van de gaven die van God gekregen zijn. Het ambt kan niet zonder de gaven van de Heilige Geest en andersom.
 
1.3.0  Karakter van de Hervormde gemeente Nieuw-Stadskanaal.
 
- de gemeente kent relatief weinig kinderen en jongeren  -  het aantal jonge gezinnen gering. 
- er is een aanzienlijke trouwe kern van kerkgangers en vrijwilligers, die bereid zijn bijzonder veel tijd en energie te steken in het gemeentewerk.
- vorming en toerusting van de gemeenteleden is zeer nodig met het oog op de vorming van toekomstige ambtsdragers en leidinggevenden.
- de erediensten vormen het centrum van het leven van de gemeente.
- de saamhorigheid en het omzien naar elkaar is zeker aanwezig.
- er zijn in de laatste jaren een aantal nieuw-ingekomenen uit omringende gemeenten ingeschreven.
- beleid om nieuw-ingekomenen en nieuwe gelovigen te laten ingroeien in de gemeente vraagt altijd om de nodige aandacht. - het aantal doopdiensten en huwelijksdiensten per jaar is klein - het aantal rouwdiensten per jaar is door de vergrijzing reëel.
- het Heilig Avondmaal wordt zittend in de bank gevierd 
- liturgisch heeft de predikant de vrijheid om in bijzondere diensten, waarvoor een gedrukte liturgie wordt gemaakt, te putten uit de brede liederenschat van de kerk.
- de kindernevendienst is klein van opzet 
- de gemeente lijkt in toenemende mate uit te groeien tot een regiogemeente vanwege haar belijdende (rechts/confessionele) woordverkondiging.
 
1.4.0  Identiteit en positionering van de gemeente in de P.K.N.
 
De Hervormde Gemeente Nieuw-Stadskanaal maakt deel uit van de classis Oost-Groningen en is tevens toegetreden tot een ring van rechtzinnige gemeenten binnen Oost-Groningen.
 
De gemeente heeft een duidelijke (rechts) confessionele (belijdende) identiteit in het geheel van de Protestantse Kerk in Nederland. Zij wil zich onderwerpen aan het juk van Christus (Matths.11:28-30), verlangt zich te houden aan de verkondiging van het evangelie van Jezus Christus en die gekruisigd voor zondaren, de sacramenten te bedienen naar Zijn inzettingen en de kerkelijke tucht te oefenen om elkaar te bewaren bij Zijn ontferming. Zij wil zich houden aan het betrouwbare Woord van God en verwerpt alle dingen, die daar tegen zijn, houdende Jezus Christus voor het enige Hoofd der Kerk. De gemeente verklaart zich gebonden te weten aan de Heilige Schrift als de enige regel van het geloof en aan de belijdenis (de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse geloofsbelijdenis en de Dordtse leerregels) van de kerk. Bijbelgetrouw wil de gemeente zijn, van harte luisterend naar de Schriften, de belijdenis telkens toetsend aan Gods profetisch Woord, dat zeer vast is. Met Gods hulp zullen wij weerspreken en weren alles wat met Gods Woord en de belijdenis in strijd is. 
 
In de verkondiging van het evangelie klinkt door dat wat in de Heidelbergse catechismus wel wordt aangeduid als ”de drie stukken”: ellende, verlossing en dankbaarheid. Daarmee wordt bedoeld, dat wij zondaren zijn, die verlost moeten worden opdat wij in dankbaarheid voor God gaan leven. Of om een andere drieslag van de Reformatie te gebruiken: alleen door het geloof, alleen door de genade, alleen door het Woord. 
 
De verkondiging heeft een eigentijds taalgebruik, een persoonlijke en bevindelijke inslag en geschiedt in rapport met de tijd en de cultuur, waarin de gemeente aan het begin van de één en twintigste eeuw leeft. De vormgeving van de eredienst is aan niet al te strakke regels gebonden. Aan de psalmen en gezangen wordt een grote plaats toegekend, maar ook wordt bijvoorbeeld in de maandelijkse zangdiensten gezongen uit andere liedbundels. Voor medewerking van (jongeren)koren is op zijn tijd gelegenheid. Het aan de gemeente voorhouden van Gods geboden uit Oude en Nieuwe Testament en de geloofsbelijdenis zoals gebruikt in de Kerk der eeuwen hebben hun vaste plaats in de liturgie. 
 
Grote aandacht is er voor zorgvuldige viering en bediening van de sacramenten van doop en avondmaal. De kinderdoop met zijn nadruk op Gods genadige keus voor ons, staat hoog aangeschreven. Dooppastoraat is belangrijk en benadrukking dat de doop pas tot zijn bestemming komt in het doen van openbare belijdenis van het geloof, vormt steevast onderdeel van gesprek met doopouders, die nog geen belijdenis hebben afgelegd. 
 
 
Aan de viering van het Heilig Avondmaal gaat een voorbereidingsdienst en het Censura Morum vooraf. Tot de viering van het Heilig Avondmaal worden in principe alleen de belijdende leden genodigd en zij, die als gast de dienst bijwonen en belijdend lid zijn in hun thuisgemeente, dan wel toegelaten zijn tot de viering van het Heilig Avondmaal. Het toelaten van kinderen aan het Heilig Avondmaal is niet gebruikelijk in onze gemeente.
 
In de gemeente zal geen andere levensverbintenis worden ingezegend dan een huwelijk van een man en een vrouw, dat wettig voor de overheid is gesloten. De kerkenraad beschouwt het als zijn taak en roeping het huwelijk tussen een man en een vrouw hoog en heilig te houden. De dienst waarin een huwelijk wordt bevestigd en ingezegend vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de kerkenraad.  Van hen die hun huwelijk in onze gemeente laten bevestigen mag worden verlangd dat ze betrokken gemeenteleden zijn of dat willen worden.
 
Op bijbelse en pastorale gronden zijn wij voor begraven in plaats van cremeren. De kerkenraad is niet bereid in directe zin bij rouwdiensten in een crematorium betrokken te raken. Wel wil zij, als er toch voor crematie wordt gekozen, medewerking verlenen aan een dienst in het kerkgebouw of kerkelijk centrum, voorafgaand aan de crematieplechtigheid. De predikant heeft hierin overigens de vrijheid naar eigen inzicht te handelen.
 
Wij willen een Hervormde Gemeente zijn voor heel het dorp Stadskanaal, van harte staande in de traditie van de Reformatie zonder traditionalistisch te zijn, met oog voor de breedte van de P.K.N. maar wel opkomend voor het belijdende karakter van de Kerk. Bij alle verscheidenheid van geloofsbeleving zoeken wij naar de eenheid in Christus, zowel met andere gemeenten in de P.K.N. als met andere kerken in Stadskanaal, die willen staan voor Schrift en belijdenis.
 
 
1.5.0  Beleidsvoornemens.
 
Allereerst willen we een poging doen de sterke en zwakke punten van onze gemeente te benoemen. Daarna geven we een eerste aanzet tot een aantal belangrijke aandachtspunten van beleid, rekening houdend met de verzelfstandiging tot zelfstandige Hervormde Gemeente in de P.K.N.  met een eigen predikantsplaats. Maar het eerste wat we willen uitspreken is de dank aan God, omdat hij al ruim 150 jaar onze gemeente in stand houdt en veel goeds in haar wordt gevonden.
 
Positieve punten van de gemeente zijn:
 
- onder de gemeenteleden bestaat nauwelijks verschil van mening over de identiteit en modaliteit van de gemeente.
- de gemeente draagt en staat voor haar identiteit.
- er is een groot gevoel van saamhorigheid en omzien naar elkaar.
- een aantal vrijwilligers doet zeer veel voor de gemeente.
- in de kerkenraad heerst een goede, broederlijke sfeer.
- een duidelijke, actuele, eigentijdse en op zijn tijd vermanende verkondiging wordt gewaardeerd.
- er zijn twee vrouwenvereniging met trouwe leden.
- gemeenteavonden worden goed bezocht.
- er is een mannenkring 
- er is een wekelijkse gebedskring op de vrijdagavond. -  er is een Bijbelkring
 
Punten die verbetering behoeven zijn:
 
- de gemeente moet (nog) trouwer worden in de kerkgang en de deelname aan vormings- en toerustingsactiviteiten groter.
- de missionaire taak van de gemeente moet veel meer aandacht krijgen.
- bijbelkennis, kennis van de geloofsleer en de structuur van de kerk moet vergroot worden.
- de gemeenteleden moeten bewust gemaakt worden van hun gaven.
- de samenwerking met de CGK moet zorgvuldig gekoesterd en verder verdiept worden.
- een goed contact met de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) onderhouden.
- catechisatie, vorming en toerusting vragen veel aandacht en gebruikmaking van nieuwe leermiddelen en audiovisuele media.
- de diaconale roeping van de gemeente in het omzien naar de sociaalzwakkeren en minder bedeelden verdient aandacht.
- de kerkrentmeesters staan met de kerkenraad voor de grote taak de offervaardigheid van de gemeenteleden te stimuleren met het oog op de kosten, die de gemeente met zich meebrengt.
- er moet beleid worden ontwikkeld voor de opvang van nieuwe gelovigen en nieuw-ingekomenen.
- de avonddiensten aantrekkelijker maken door het houden van zangdiensten, themadiensten, leerdiensten, jeugddiensten en ontmoetingsdiensten.

 

 
Hoofdstuk 2: De herderlijke zorg.
 
2.1.0  Wat is herderlijke zorg of pastoraat?
 
In de bijbel wordt God de Herder van Zijn volk genoemd en de Here Jezus noemt zichzelf de goede Herder. De gemeente is de kudde van de goede Herder, die omziet naar de schapen. Omdat Jezus vol zorg is over de kudde, zijn wij als leden van zijn gemeente geroepen om zorg te dragen voor elkaar. Pastoraat (pastor = herder) is daarom vanuit de liefde van Christus in oprechte belangstelling omzien naar elkaar, tot opbouw en versterking van het geloof in de Opperherder Jezus Christus en de bevordering van de onderlinge band als broeders en zusters in de Here. 
 
2.1.1  De herderlijke zorg is een taak van allen, niet van enkelen.
 
De herderlijke zorg vanuit de liefde en oprechte belangstelling en zorg voor elkaar is een taak van de gehele gemeente. In 1 Korinthe 12:26,27 schrijft de apostel Paulus: ”als één lid lijdt, lijden alle leden mee, als één lid eer ontvangt, delen allen in de vreugde, Gij nu zijt het lichaam van Christus en ieder voor zijn deel leden”. Daarnaast komt het woordje ”elkaar” dikwijls voor in het Nieuwe Testament als onderstreping van de gemeente als een gemeenschap, waarin naar elkaar wordt omgezien en voor elkaar gezorgd. In een tijd, waarin de gemeenschapsgedachte steeds meer raakt ondergesneeuwd door het individuele en het ”ieder voor zich” heeft de gemeente de roeping om tegen de geest van de tijd op te roeien en werkelijk een ”liefdevolle, warme” gemeenschap te vormen. Want waar de liefde woont, daar gebiedt de Heer zijn zegen. (Ps.133)
 
2.1.2 De herderlijke zorg: taak van ambtsdragers.
 
Predikant en ouderlingen zijn vanwege hun ambt geroepen tot het bijzondere pastoraat, naast het onderlinge pastoraat. Het omzien naar en het opzicht hebben over de leden van de gemeente is de taak van predikant en ouderlingen. Daarnaast hebben deze ambtsdragers ook de opdracht om de gemeenteleden aan te sporen tot en bewust te maken van het feit, dat onderling pastoraat een taak van allen is. Toerusting en vorming zijn daarbij nodig. Verder hebben predikant en ouderlingen in het consistorie het speciale pastoraat in geval van doop, avondmaal, huwelijk en gezin, ziekte en overlijden en andere crisissituaties. Regelmatig onderling contact en werkbesprekingen tussen de ambtsdragers zijn daarbij nodig en een duidelijke structuur om het werk te coördineren en uit te voeren zijn vereist. Ook vorming en toerusting van de ambtsdragers zelf is gewenst en nodig. Al het pastoraat vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de gehele kerkenraad, waarin de leden worden verkozen uit en door belijdende leden. 
 
2.2.0  Waar bestaat de herderlijke zorg in de gemeente uit?
 
Hieronder proberen we de pastorale praktijk in kaart te brengen. Ook zoeken we een antwoord op de vraag, wat gaat er goed, wat kan beter, wat ontbreekt, waar liggen knelpunten? 
 
2.2.1  Onderling pastoraat in de gemeente.
In de gemeente merken we geregeld, dat leden op eigen initiatief omzien naar elkaar door een bezoek te brengen, hun belangstelling en medeleven te tonen via een telefoontje of het sturen van een kaart. Daarnaast is de gebedskring actief in de voorbede en het sturen van kaarten naar mensen, die ziek zijn, in rouw verkeren of zorgen en nood kennen. Ook is er een actieve Hervormde Vrouwendienst, die met grote regelmaat omziet naar ouderen in de gemeente. Ook binnen het kring- en verenigingswerk ziet men naar elkaar om. Zonder al te veel structuur vinden deze uitingen van zorg voor elkaar plaats tussen de leden van de gemeente onderling, met als bron de liefde, die Christus ons geeft. Daarnaast is er de bloemengroet vanuit de kerk, verzorgd door de diaconie. Meer aandacht moet er zijn voor nieuw-ingekomen. De gemeente moet hiervan ook op hoogte worden gebracht. En er zal een bezoek door de predikant of ouderling z.s.m. moeten plaatsvinden.
 
2.2.2  Pastoraat door de predikant.
 
De predikant draagt zorg voor het ziekenpastoraat, thuis en in het ziekenhuis. Verleent indien gewenst stervensbegeleiding en is ook als eerste verantwoordelijk voor het pastoraat rond het overlijden en de begrafenis van een gemeentelid. Daarnaast is de predikant ook aangewezen voor het pastoraat rond doop, avondmaal, huwelijk, belijdenis en het crisispastoraat. Uiteraard vindt dit alles plaats in overleg met de wijkouderlingen en de scriba in de vergadering van ouderlingen.
 
Crisispastoraat is pastorale zorg aan gemeenteleden in knelsituaties, waarbij te denken valt aan ongelukken, conflicten, echtscheiding, incest, verslavingen, psychiatrische patiënten en hun familie, werkloosheid, armoede, gehandicapten, demente bejaarden enz.  In al deze gevallen is de predikant degene, die namens de gemeente eerst verantwoordelijke is voor deze zorg. Soms kan hij niet meer doen dan verwijzen, soms kan hij door gesprekken een bijdrage leveren aan het helpen oplossen van een knelsituatie. Deze vorm van pastoraat vergt veel tijd en energie en vraagt een hoge mate van vertrouwelijkheid. Besef van eigen grenzen en mogelijkheden is uitermate belangrijk. Toch is de ervaring, dat medeleven vanuit de gemeente in knelsituaties zeer op prijs wordt gesteld. 
 
De predikant bezoekt ook de gemeenteleden die 85 jaar of ouder zijn geworden. 
 
Is iemand uit het ziekenhuis thuisgekomen, brengt de predikant nog één bezoek thuis bij de zieke, daarna neemt de wijkouderling het zo nodig over. In principe chronisch zieken worden regelmatig door de predikant bezocht.
 
 
Bij huwelijksjubileum neemt de predikant contact op met het echtpaar en probeert een afspraak te maken voor bezoek. Dit geldt ook voor geboortebezoeken.
Deze bezoeken zouden afgelegd kunnen worden door het predikantsechtpaar. In de eredienst worden deze feestelijkheden meegenomen in het gebed.
 
Huwelijkspastoraat geschiedt door de predikant en gesprekken bij de aanvraag voor de bevestiging van een huwelijk en de voorbereiding daarop worden bijgewoond door de wijkouderling, die ook (als het mogelijk is) ouderling van dienst is, om de huwelijksbijbel te kunnen uitreiken.
 
2.2.3  Pastoraat door ouderlingen / c.q. huisbezoek.
 
De ouderlingen streven er naar om minimaal elke twee jaar alle (meelevende) pastorale eenheden in de gemeente een bezoek te brengen. Elke ouderling is pastoraal verantwoordelijk voor wijk. De predikant heeft daarbij de supervisie en heeft regelmatig overleg met hen over de frequentie en de inhoud van de huisbezoeken. Extra aandacht verdient de categorie ouderen. De ouderlingen zullen waar mogelijk de mensen boven de 75 jaar wat vaker bezoeken. Ondersteuning hierbij is er van de predikant en de bezoekmedewerkers.
Verder is een regelmatig contact tussen de ouderling en de in zijn wijk werkzame H.V.D.–dames gewenst. In de periode tussen september en april worden ten minste vier consistorie vergaderingen gehouden waarvan naast aandacht voor het bezoekwerk, tijd wordt vrijgemaakt voor vorming en toerusting.      
Voorafgaand aan elk winterseizoen kan op de eerste vergadering van het consistorie een te bespreken onderwerp op de huisbezoeken worden gekozen. Eventueel met daarbij passende bijbel gedeelten te gebruiken als afsluiting van het gesprek.
 
2.3.0  Aanzetten voor pastoraal beleid.
 
- Elke ouderling zorgt voor een goede afstemming met zijn bezoekmedewerkers
- De ouderling kan een beroep doen op de toegewezen diaken.
- Een jaarlijks overleg met de Hervormde Vrouwendienst is gewenst.
- Vorming en toerusting van de ouderlingen en de bezoekmedewerkers moeten genoeg aandacht krijgen.
- In overleg met de jeugdouderling moet er vorm gegeven worden aan het pastoraat aan jongeren.
 
 
 
 
Hoofdstuk 3: De eredienst.
 
3.1.0  Visie.
 
Iedere zondag zijn er twee diensten, waarin de gemeente van Christus samenkomt onder de bediening van het Woord, de dienst der gebeden, de dienst der barmhartigheid en de lofprijzing. In deze samenkomsten klopt het hart van de gemeente. Zij komt samen om geestelijk gevoed en gesterkt te worden in het Woord en de Here God te loven en te prijzen. De eredienst is een oefening in gemeenschap met Christus en met elkaar. Vanaf haar ontstaan komt de gemeente samen op de eerste dag van de week, de dag van de opstanding van haar Heer en Heiland Jezus Christus. De apostelen sporen hun lezers aan de onderlinge bijeenkomsten niet te verzuimen (Hebr.10:25) Ook vinden wij aanwijzingen voor de samenkomst van de gemeente (Kol.3:16 en Ef.5:18 v). In het Nieuwe Testament vinden we geen vaste orde van dienst, wel komen we allerlei elementen tegen, die wij in de vormgeving van onze erediensten terug vinden, zoals gebed, zang, verkondiging en geven van gaven.  Ook de sacramenten van Doop en Avondmaal, door Christus zelf bevolen, vormen op gezette tijden vaste elementen van de eredienst.
 
3.2.0  Overzicht van de verschillende erediensten.
 
Elke zondag wordt er dienst gehouden om 9.30 uur en 19.00 uur. Er wordt wel eens uitgeweken naar 17.00 uur. Naast de diensten op zondag zijn er diensten op Goede Vrijdag,1e Kerstdag, oudejaarsdag en nieuwjaarsdag.
Er zijn jaarlijks een aantal gezamenlijke diensten met Chr. Gereformeerde Kerk en de Ger. Kerk Vrijgemaakt. Het gaat hierbij om de tweede feestdagen, Hemelvaartsdag, bid- en dankdag en Kerstavond. Gedurende de zomervakantie is er ook een gezamenlijk tweede dienst op zondag. Verder is er jaarlijks een gezamenlijke Reformatie herdenking rond 31 oktober. Locatie en aanvangstijden worden aangegeven in het kerkblad en op de wekelijkse zondagsbrief.
 
De erediensten verlopen volgens een vaste orde van dienst, waarbij de Woordverkondiging centraal staat en in de morgendienst de Wet des Heren wordt gelezen uit het O.T. of een gedeelte uit de brieven van Paulus. In de avonddienst belijden we ons geloof met de woorden van de 12 artikelen of de geloofsbelijdenis van Nicea. Voor de schriftlezing kan er  gebruik worden gemaakt van de vertaling NBG 1951 of uit de HSV. De orde van dienst uit het Dienstboek wordt daarbij gevolgd, evenals de formulieren voor de openbare belijdenis, doop en avondmaal. De kinderen in de basisschoolleeftijd wonen het eerste deel van de morgendienst tot aan de preek bij en verlaten dan de kerk voor de kindernevendienst. M.u.v. de 1e dienst van de maand, dan blijven de kinderen in de kerk en zingen we in de dienst een kinderlied.
 
Het Heilig Avondmaal wordt vijf maal per jaar gevierd, waaronder op Goede Vrijdag. De zondag voor de viering van het Avondmaal is er een voorbereidingsdienst. Voorafgaand aan de Avondmaalszondag is er Censura Morum. Dit vindt op afspraak plaats bij de leden thuis. Op Avondmaalszondag staat de avonddienst in het teken van Voortzetting en Dankzegging.
 
De doop wordt bediend, wanneer doopouders een aanvraag doen en er een doopzitting heeft plaatsgevonden, waarop de predikant en de wijkouderling met de doopouders spreken over de betekenis van de Doop en hun motivatie om de doop voor hun kind te vragen. 
 
In de meeste diensten zingen we uit het Liedboek voor de Kerken, maar in bijzondere diensten met een gestencilde orde van dienst, zingen we uit de brede liederenschat van de Kerk. 
 
Het kerkelijk jaar bepaalt de preekstof van de eigen predikant. Daarin komen ook vragen van gemeenteleden aan de orde, die in catechese, vorming en toerusting en pastoraat worden gesteld. 
 
Elk jaar wordt er gelegenheid gegeven om in het openbaar belijdenis van het geloof af te leggen. Verder zijn er bijzondere diensten als de bevestiging van ambtsdragers, gezinsdiensten, een dienst waarin kinderen afscheid nemen van de kindernevendienst en een startdienst aan het begin van het winterseizoen.
 
Een aantal keren per jaar wordt er op de laatste zondagavonddienst van de maand een zangdienst georganiseerd. De nadruk ligt dan met name op de samenzang en een korte Woordverkondiging. 
 
Het kerkkoor ”Jubilate” verleent enige keren per jaar medewerking aan de eredienst. 
 
In sommigen diensten hebben jongeren een actieve taak in schriftlezingen, gebeden en collecteren.
 
De Kerstnachtdienst wordt georganiseerd in overleg met de commissie bijzondere diensten; voor deze dienst wordt een koor uitgenodigd, de dienst begint om 22:00 uur of 22.30 uur. 
 
Op de laatste zondag van het kerkelijk jaar herdenken we de overledenen. Hun namen worden opgenomen in de orde van de dienst en de nabestaanden worden uitgenodigd om in de dienst aanwezig te zijn. In de voorbede wordt aandacht besteed aan de nabestaanden. Het gaat om de namen van hen, die lid waren van onze gemeente en bij wiens begrafenis de gemeente betrokken is geweest.
 
Tijdens Doop- en Avondmaalsdiensten, huwelijksdiensten, rouwdiensten  en diensten van bevestiging van ambtsdragers en lidmaten zijn de kerkenraadsleden aanwezig in zwarte kostuum, wit overhemd en stropdas. 
 
3.3.0  Knelpunten.
 
De avonddiensten laten een variërend aantal kerkgangers zien. Het aantal ligt zo tussen 45 à 60. Met soms een uitschieter richting de 80-100 personen. Een voornamelijk oorzaak in deze variatie heeft te maken met de beleving en het verantwoordelijkheid gevoel.
Ook de zangdiensten, bedoeld om de tweede dienst nieuwe leven in te blazen, worden soms onvoldoende bezocht. Is er een gerenommeerd koor, dan trekt dit een breder publiek, dus meer mensen. 
Maar ook de deelname van de jeugd is een probleem. Aan de ene kant omdat er niet zoveel jongeren zijn, aan de andere kant is het ook moeilijk om met ze in contact te komen via catechese en erediensten. 
 
3.4.0  Aanzetten tot beleid voor de erediensten en vooral de tweede dienst.
 
- De gemeente wijzen op hun verantwoordelijk en plicht besef.
- De commissie bijzondere diensten voldoende ondersteunen tot het organiseren van themadiensten, jeugddiensten, zangdiensten, gezinsdiensten, start- en afsluitingsdienst en kerstnachtdienst.
- Diensten organiseren met een evangeliserend karakter. 
- Gezamenlijke diensten houden met de Chr. Geref. Kerk en Ger. Kerk Vrijgemaakt. 
- Gezamenlijke jeugd- thema- en ontmoetingsdiensten te organiseren.
- Gemeenteleden kunnen verzoeken indienen voor het behandelen van een bepaald thema in een tweede dienst. 
- Vaker en beter naar buiten treden in het aankondigen van ”bijzondere kerkdiensten en medewerkenden” in de media van Stadskanaal en directe omgeving.

 

 
Hoofdstuk 4: Vorming en toerusting.
 
4.1.0  Visie.
 
De gemeente van Christus is een lerende gemeenschap. Als Jezus de opdracht geeft aan Zijn discipelen om het evangelie te verkondigen en de volken tot Zijn discipelen te maken (Mattheüs 28:19), dan horen we Hem een dubbele onderwijsopdracht geven: namelijk ”maakt tot Mijn discipelen en leert hen te onderhouden al wat ik U bevolen heb”. Er is onderwijs nodig om christen te worden en om als christen te (leren) leven. Wij blijven leerlingen (discipelen). En de belofte van de Heilige Geest is er, die ons in alle waarheid zal leiden, zoals de Here Jezus heeft gezegd (Joh.16:13). Vanuit deze belofte mogen we bezig zijn met vorming en toerusting. De gemeente van Christus heeft immers, zoals de eerste gemeente, te volharden bij de leer der apostelen en is een oefenplaats van geloof, hoop en liefde. Daarbij is de bijbel de bron, waaruit geput moet worden. Want elk van God ingegeven Schriftwoord is nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust. (2 Tim3:16) Bij vorming en toerusting zijn de doelen: verdieping van de relatie met God, ontmoeting en gemeenschap der heiligen, dienstbetoon (toerusting daar toe) en getuigenis (missionaire gemeente).
 
4.2.0  Actuele situatie.
 
De vorming en toerusting van jongeren vindt plaats op de catechese en het jeugdwerk. Voor oudere gemeenteleden zijn er de Bijbelkring, mannenkring en vrouwenvereniging. Daarnaast vindt er op zijn tijd doop- en huwelijkscatechese plaats. Voor onderwerpen als huwelijk en gezin, relaties, ethische en maatschappelijke onderwerpen als donorcodicil, omgaan met buitenlanders, euthanasie, samenwonen, zondagarbeid, christelijke levensstijl, kerk- en samenlevingsvraagstukken en de relatie met andere godsdiensten, evenals toekomstverwachting blijkt telkens weer belangstelling te zijn. Over het algemeen is de belangstelling vooral bij het mannelijke deel van de gemeente gering voor vorming en toerusting. 
 
4.3.0  Beleidsvoornemens.
 
- Organiseren van gemeenteavonden waarop een aansprekend onderwerp wordt behandeld en waarvoor zo nodig een spreker wordt uitgenodigd.
- Werving om een groter aantal deelnemers te krijgen voor de Bijbelkring.
- Aanbieden van korte, afgeronde cursussen van drie of vier avonden rond een bepaald onderwerp.
- Proberen tot het op te zetten van een aantal ”groeigroepen” in de gemeente naar model van het Evangelisch Werkverband. De predikant verzorgt de toerusting van de leidinggevenden.
- Opzetten van een Alpha-cursus in de gemeente met als doel om randkerkelijken opnieuw kennis te laten maken met het christelijk geloof. Daarnaast zou deze cursus ook gevolgd kunnen worden door actieve gemeenteleden, die hun geloof nog eens opnieuw willen doordenken.
- Vorming en toerusting kunnen ook voor nieuw-ingekomenen een belangrijk instrument zijn om de gemeente ”in te groeien”. Daarom is het zaak hen nadrukkelijk de mogelijkheden onder de aandacht te brengen en hen gericht uit te nodigen.
- De predikant is beschikbaar om lezingen te houden in de gemeente.
- Het volgen van de cursus Theologische Vorming.
 
 
 
 
Hoofdstuk 5: Catechese. 
 
5.1.0  Visie.
 
In de tijd van de Reformatie, maar ook al in de vroege kerk, is de noodzaak van onderwijs in de christelijke geloofsleer altijd gevoeld. Leren is niet altijd uit het hoofd leren, - hoe belangrijk het op zichzelf ook is om teksten en liederen uit het hoofd te kennen – maar het geloofsonderricht is er ook en juist op gericht om gedoopte jongeren te helpen zich de beloften toe te eigenen, die in Christus ja en amen zijn. Doel van de catechese is ook, dat zij leidt tot de openbare belijdenis van het geloof, waarbij jongeren of de oudere jongere het jawoord bij de doop gesproken door de ouders, voor eigen rekening neemt. Daarom is de catechese ook een middel in de hand van God de Heilige Geest om jongeren te doen groeien naar geloofsvolwassenheid. 
Daarbij houden we voluit rekening met het feit dat de visie op leren anders is geworden. Leren door het gesprek, de dialoog, is geboden in deze tijd. Daarbij is het ook van groot belang, dat de plaats waar de catechese wordt gegeven een moderne, eigentijdse en gezellige uitstraling heeft en moderne communicatiemiddelen beschikbaar zijn. Niet alleen wat de wijze van leren betreft en de middelen die daarbij gebruikt worden, maar ook het levensklimaat is veranderd vergeleken met de vorige eeuw. Het uit het hoofd leren van de vragen en antwoorden van de Heidelbergse Catechismus is niet meer van deze tijd.  Opvattingen die vroeger vanzelfsprekendheden waren, zijn dat nu niet meer. De zekerheid, dat God bestaat heeft plaats gemaakt voor de vraag of God wel bestaat; en als Hij bestaat, wie Hij dan is. Ook het wereldbeeld is sterk veranderd onder invloed van de moderne media. De wereld is een dorp geworden en elke dag worden we bestookt met een verwarrende hoeveelheid informatie. Onze welvaart en genotscultuur, die bol staat van het individualisme spoort aan tot het grote genieten, veel geld verdienen, opkomen voor je zelf en doen wat je zelf wilt en leuk vindt. Het spreekt vanzelf, dat deze ontwikkelingen geloofs- en ethische vragen oproepen.  Voor de predikant als catecheet geldt, dat gelet op bovenstaande kernwoorden als begeleider, pastor en identificatiefiguur geweldig belangrijk zijn geworden. Begeleider omdat hij informatie aanreikt, die een bezinningsproces op gang moeten brengen en gevonden antwoorden op een rijtje helpt krijgen. Pastor, omdat een goede persoonlijke band met de jongeren nodig is om een atmosfeer te scheppen, waarin openheid en vertrouwen kunnen opbloeien. Identificatiefiguur, omdat de catecheet iemand mag zijn, die net als de jongere, kind van zijn tijd is, maar gegrepen door het evangelie is en daar op een hopelijk aanstekelijke wijze getuigenis van af legt.
 
5.2.0  Actuele situatie.
 
In de leeftijd van 12-16 jaar is er een kleine groep van 8-10 jongeren, waaraan catechese wordt gegeven. De jongeren vanaf 16 jaar hebben samen met de leiding van de 16+ club een eigen vorm van catechese opgezet. O.a. door gemeenteleden te bezoeken om zo samen over het geloof te praten.
De kindernevendienst heeft te maken gehad met een sterke daling. Dit vanwege het feit dat een aantal jonge gezinnen is vertrokken uit onze gemeente.
De jongeren die komen zijn over het algemeen heel trouw. Maar het is voor deze groep moeilijk om dit vast te houden. 
Voor de ouders zou de catechese een veel hogere prioriteit moeten hebben dan nu vaak het geval is.  De bijbelkennis en kennis van de geloofsleer is matig, dit geldt ook voor de algemene ontwikkeling en het begrijpend lezen. De taal is voor menigeen nog wel een lastig.  
Vanwege teruglopend aantal jongeren in onze gemeente is het per winterseizoen te bezien of er eventueel belijdenis catechisanten zijn.
 
5.3.0  Catechesebeleid voor de komende jaren.
 
- Ieder winterseizoen waar mogelijk actief catechese geven.
- De jongeren persoonlijk uitnodigen.
- De ouders moeten gewezen worden op hun verantwoordelijkheid.
- Omdat relaties voor jongeren heel belangrijk zijn, komen vriendschap, verkering, seksualiteit, samenwonen en huwelijk geregeld aan de orde.
- Een excursie kan de communicatie over en weer in de groep bevorderen.
- Jongeren hebben inspraak in de onderwerpen die aan de orde kunnen worden gesteld, om hun betrokkenheid te vergroten.
- Een huiskamerachtige sfeer creëren.
- Het opstellen van een leerplan voor. Dit geeft structuur en dient daarom nagestreefd te worden. 
- Het is de moeite waard om te onderzoeken of er op het gebied van de catechese samengewerkt kan worden met de Chr. Geref. Kerk en de Ger. Kerk Vrijgemaakt om meer kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar te krijgen en ook om de jongere leden van beide kerken meer met elkaar in contact te brengen.
 
 
 
 
Hoofdstuk 6: Jeugdwerk.
 
6.1.0  Stand van zaken.
 
De Hervormde gemeente Nieuw-Stadskanaal heeft te maken met een dalende lijn van aanwezige jongeren. 
 
Er zijn een “handje vol” kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar en in de leeftijd van 4-12 jaar. Het gaat hier om meelevende en betrokken ouders waarvan de kinderen de kindernevendienst en club (6-12 jaar) bezoeken.
Voor de leeftijd van 12-16 jaar zit het aantal tussen de 10 en 15 jongeren. Zij bezoeken zowel de club als catechisatie en zijn regelmatig in de kerk aanwezig. In de leeftijd van 16+ jongeren kennen we een actieve groep van ca. 16-20 personen. Hun actieve rol zit voornamelijk in het bijwonen van de club op zondagmorgen en jongerenkring. De kerkdiensten worden niet zo getrouw bezocht. Met name de 2e dienst op zondag wordt nauwelijks meer door hen bezocht.
 
Voor de jeugd wordt drie keer per jaar een gezinsdienst gehouden, waarbij de diensten vaak zelf door hen wordt voorbereid in overleg met de predikant / voorganger.
 
De Jeugdraad o.l.v. de jeugdouderling vergadert maandelijks met vertegenwoordigers van de diverse clubs en de kindernevendienst.
 
6.2.0  Knelpunten.
 
- Het blijft moeilijk om voldoende animo van jongeren te vinden voor de clubs.
- De betrokkenheid van gemeenteleden en ouders bij het jeugdwerk zou beter kunnen.
- De Jeugdraad zal jaarlijks een begroting maken, zodat het college van diakenen een vast bedrag op de algemene begroting kan opnemen, met als uitgangspunt dat Jeugdwerk geld mag kosten.
- Ouders zullen hier toch meer een belangrijke rol in moeten gaan spelen.
 
6.3.0  Beleidsvoornemens.
 
- Het inschakelen van de HGJB bij de vorming en toerusting van jeugdleiders.
- Uitwisseling van jeugd met andere kerken.
- Het gesprek aangaan met jeugdwerkers uit de CGK en GKV met als doel nader kennis te maken en te zien, wat er eventueel gezamenlijk gedaan kan worden.
- De kinderen blijven betrekken bij de eredienst d.m.v. kerst- en paasproject.
- De ouderlingen bij huisbezoek expliciet te vragen naar de kinderen/jongeren in het gezin en hen te vragen naar hun mening over het jeugdwerk of hen nader te informeren over de jeugdactiviteiten.
- De betrokkenheid van de ouders vergroten.
 

 

Hoofdstuk 7: Diaconaat.
 
7.1.0  Visie: Wat verstaan we onder diaconaat?
 
Het woord ”diaconia” betekent dienst. In de allereerste plaats denken we daarbij aan onze Here Jezus Christus, die gekomen is, niet om gediend te worden maar om te dienen. Hij heeft de gestalte van een dienstknecht, een slaaf aangenomen en is aan ons mensen gelijk geworden, (Fil.2:7) doch zonder te zondigen. Hij heeft ons tot het uiterste in zijn leven en met zijn leven aan Golgotha’s kruis gediend tot ons behoud. In navolging van de Heiland heeft de gemeente een roeping ontvangen om dienend in de wereld te staan, bewogen met de nood van mensen dichtbij en ver weg. Zij verlangt er naar mogelijkheden te vinden om te helpen die nood te lenigen door werken van barmhartigheid. gedreven door de liefde van Christus. Om tekenen van recht en gerechtigheid op te richten van Gods komend
Koninkrijk. 
 
7.2.0  Dienen: een taak van allen.
 
De hele gemeente is geroepen tot dienst, het gemeentelijke leven kan niet zonder een diaconale houding van allen, de bereidheid om elkaar te dienen. Het is een manier van leven, in de kracht van God uit dankbaarheid voor onze verlossing en Gods genade. ”Dient elkaar door de liefde” schrijft Paulus in Galaten 5:13b. Maar dit dienen geldt niet alleen onze geloofsgenoten. ”Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten (Gal.6:10). Met andere woorden: de bereidheid om in liefde te dienen strekt zich ook onvoorwaardelijk en onbaatzuchtig uit naar hen, die niet direct tot de gemeente behoren. Zo krijgt het evangelie handen en voeten in de praktijk. Mede door het inzamelen van geld door middel van collecten, en het bijeen brengen van goederen en door het doen van voorbede krijgt het dienen gestalte, maar ook door de ”stille hulp” aan hen, die minder bedeeld zijn en vanwege werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of chronische ziekte de eindjes niet langer aan elkaar kunnen knopen.
 
7.3.0  Dienen: een taak van ambtsdragers.
 
De diakenen hebben de roeping om de gemeente voor te gaan, aan te sporen tot dienst en hen toe te rusten tot dienstbetoon (Ef.4:12). Wezenlijk is, dat zij het diaconaat doen met de gemeente en niet in plaats van de gemeente. De diakenen spannen zich in voor het werk onder ouderen, individuele ondersteuningen, het voeren van acties, werelddiaconaat en geven de gemeente voorlichting en bevorderen de bewustwording van de leden van de gemeente. Ook dienen zij aan de tafel des Heren en zorgen zij er voor, dat alles wat voor de viering van het Avondmaal nodig is, aanwezig is. Belangrijk is, dat zij van de andere ambtsdragers en niet te vergeten gemeenteleden ”signalen” ontvangen, waar hulp nodig is. Een goede en discrete overlegstructuur en een ”diaconale antenne” bij allen, die bezoekwerk doen zijn onontbeerlijk.
 
 
7.3.1  De samenstelling van het college van diakenen.
 
Het college van diakenen telt vier diakenen, die uit hun midden een voorzitter, secretaris en penningmeester aanwijzen. 
 
7.3.2  Het inzamelen en beheren van diaconale gelden.
 
De ontvangsten van de diaconie komen vooral uit de wekelijkse collecte in de eredienst en giften. In overleg met de kerkrentmeesters wordt een collectenrooster opgesteld en in november ter goedkeuring voorgelegd aan de kerkenraad. In geval van acute nood door rampen in eigen land of in de wereld kan er een bijzondere doelcollecte worden gehouden in plaats van de reguliere collecte.  De opbrengsten van alle collecten worden op gezette tijden vermeld in het kerkblad. Bij sommige collecten wordt de gemeente vooraf geïnformeerd door middel van een folder vanuit de zending commissie.
De zorg voor de kerktelefoon en het verspreiden van opnamen van de diensten geschiedt door de diaconie. Elk jaar doet de diaconie een aantal giften aan goede doelen. Daarbij wordt er geld in reserve gehouden om bij plotselinge optredende nood in eigen gemeente of daarbuiten altijd een redelijk groot bedrag ter beschikking te hebben. 
De administratie wordt gevoerd door een administrerend diaken, die de door het college van diakenen goedgekeurde begroting en de jaarrekening voor vaststelling voorlegt aan de kerkenraad. Ook dienen de begroting en jaarrekening ter inzage te worden gelegd voor gemeenteleden. 
 
7.3.3.  Bestemming diaconale gelden.
 
Bestemmingscollecten, eventueel aangevuld met een gift, worden uitgekeerd aan de bestemmingen. Voor het lenigen van nood in de wereld en andere bijzondere doeleinden heeft de diaconie een bedrag in de begroting opgenomen. In Avondmaalsdiensten is de 2e collecte voor het bijstaan van gemeenteleden en andere mensen, die in financiële nood verkeren. Verder onderhoud de diaconie de geluidsinstallatie in de kerk. Ook dekt zij een eventueel tekort af bij de jaarlijkse gezamenlijke met de CGK en GKV te organiseren Kerst- en Paasmiddag voor ouderen. 
 
7.4.0  Het dienen in de erediensten.
 
Tijdens de erediensten zijn er altijd diakenen aanwezig, die het collecteren verzorgen. Bij het vieren van het Heilig Avondmaal verzorgen de diakenen het rondbrengen van brood en wijn. 
 
7.5.0  Taken en verantwoordelijkheden van het College van diakenen.
 
De diakenen verzorgen samen met de gemeente de volgende taken:
 
- Het dienen aan de tafel des Heren.
- Het houden van diaconale collecten en acties.
- Het organiseren van het Heilig Avondmaal in Maarsheerd.
- Het vervoer van ouderen en anderen naar de kerkdiensten en andere gemeentelijke activiteiten.
- Het organiseren en zo nodig regelen van vakanties voor ouderen in het  Roosevelthuis / Nieuwe Hydepark te Doorn.
- Het verzorgen van de bloemengroet tijdens de eredienst.
- Het verzorgen van de bloemengroet van nieuw-ingekomenen.
- Het verzorgen van de kerktelefoon / Kerkwebradio.
- De zorg voor het verspreiden van opnamen bij zieke gemeenteleden of hen die aan huis gebonden zijn.
- Het geven van voorlichting over de diaconie op de aannemingsavond van nieuwe lidmaten.
- Het doen coördineren van de H.V.D. in onze gemeente.
 
7.6.0  Enige beleidsvoornemens.
 
Het werk van de diaconie heeft weinig aandacht in de gemeente. Daarom is voorlichting en toerusting om het diaconale bewustzijn voor zowel de diakenen als de gemeente dringend nodig. Vaker folders aanvragen voor bijzondere diaconale collecten is daarbij een klein stapje maar wel nodig. Ook het kerkblad moet vaker gebruikt worden voor berichtgeving over diaconale zaken. Misschien is het ook mogelijk tijdig met de predikant te overleggen over een nog te houden bijzondere doel collecte, zodat informatie in de verkondiging kan worden verwerkt. 
 
Er is te weinig besef in de gemeente dat er heel wat mensen zijn, die moeite hebben om hun hoofd boven water te houden. De collecten voor ”stille hulp” moeten meer en beter bekend gemaakt worden en de gemeente moet alerter zijn om signalen door te geven aan de diakenen, als iemand het financieel niet meer trekken kan.  Vooral langdurig zieken, ouderen na een begrafenis en jongeren met een uitkering hebben het vaak financieel moeilijk.
 
Er zijn heel wat mensen, die nooit op vakantie gaan. Sinds jaar en dag heeft de landelijke kerk in het Roosevelthuis / Nieuwe Hyde Park te Doorn een prachtige uitgaansgelegenheid. Het stimuleren van en aanbieden van vakanties voor ouderen is een mooie diaconale taak.
 
 
 
 
Hoofdstuk 8: Evangelisatie.
 
8.1.0  Visie.
 
Nederland is een zendingsland geworden. Elk jaar verlaten vele mensen de kerk. Tegelijkertijd zijn Nederlanders misschien wel het meest moeilijk te benaderen met het evangelie. Maar we moeten ook de hand in eigen boezem steken en concluderen, dat er bij ons grote verlegenheid bestaat over hoe het evangelie uit te dragen in de 21e eeuw. Geloven is vaak een privézaak en zo lang je er een ander niet mee lastig valt, is er niets aan de hand. In het openbaar getuigenis afleggen van de hoop, die in ons is, valt menigeen zwaar. We zijn als christenen vaak anoniem christen en we hebben weinig of geen oog voor al diegenen, die in Nederland van God, Jezus, Bijbel en kerk niets meer (willen) weten. De drang om anderen in positieve zin van het woord jaloers te maken, gedrongen door de liefde van Christus ontbreekt ons vaak. Daarbij komt, dat de kerkelijke verdeeldheid ook niet bijdraagt aan een positief imago van de kerken en het christelijke geloof. En als een gemeente in wat moeilijk vaarwater is terechtgekomen, vergt dat vaak al zo veel energie, dat het evangelisatiewerk als eerste het kind van de rekening wordt. Maar ondanks onze kleine kracht en alle zorgen die er zijn, heeft Christus zijn gemeente in de wereld gelaten om stem van Hem te zijn. Een gezonde gemeente is een gezonden gemeente. Christus heeft immers gezegd dat wij Zijn getuigen moeten zijn tot aan de Wederkomst. (Matt. 28:16-20). Daarom is evangelisatie in eigen omgeving en in Nederland een onopgeefbare taak van iedere gemeente. Uit liefde tot Christus en uit liefde tot de naaste weten we ons geroepen een getuigende gemeente te zijn in Stadskanaal om anderen te winnen tot hun behoud.
 
8.2.0  Beleidsvoornemens.  
 
- Aanstellen van een contact persoon vanuit de kerkenraad in de evangelisatie / c.q. zendingscommissie. 
- Duidelijk formuleren van een beleid, waarin opdracht, taak, samenstelling en bevoegdheden worden geregeld.
- De gemeente meer bewust maken van haar evangelisatorische taak, o.a.  door middel van de verkondiging en vorming en  toerusting.
- Het contact zoeken met andere evangelisatiecommissies.
- Gemeente, kerkenraad en commissie door I.Z.B. laten toerusten.
- Aandacht schenken aan de minder of amper meelevende gemeenteleden om hen (opnieuw) bij het gemeenteleven te betrekken.
- Jaarlijks overleg tussen de kerkenraad en de voltallige evangelisatie / c.q. zendingscommissie over het beleidsplan en  de eventuele actualisering ervan.
- Organiseren van een Alpha-cursus.
- Budget vaststellen voor de evangelisatiecommissie.
- Het opzetten van groeigroepen in de gemeente, die rand- en buitenkerkelijken uitnodigen om deel te nemen.
- Gemeenteleden aan sporen om lid te worden van de IZB.
- Eén commissie vormen met de projectgroep en zendingscommissie.

 

 
Hoofdstuk 9: Zending.
 
9.1.0  Visie.
 
De zendingscommissie heeft als taak de gemeente bewust te maken van het zendingsbevel, dat de Here Jezus ons gegeven heeft, toen Hij zei: ”gaat dan heen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb”. Die bewustwording moet leiden tot gebed voor het werk van de zending, het meeleven met hen, die in de zending werkzaam zijn en het geven voor het werk van zendingsorganisaties en zendingswerkers, die in het buitenland het evangelie trachten te verspreiden. 
 
9.2.0  Stand van zaken.
 
Van de zendingscommissie wordt weinig vernomen. In het kerkblad worden maandelijks de opbrengsten van de zendingbussen vermeld. In het najaar worden er G.Z.B. dagboekjes verkocht. In het voor- en najaar wordt de zendingscollecte gehouden.
 
9.3.0  Beleidsvoornemens.
 
- De zendingscommissie moet nieuw leven worden ingeblazen en veel actiever worden wat voorlichting en financiële  doelstellingen betreft.
- Het organiseren van een zendingsavond met deelneming van verschillende zendings- of evangelisatieorganisaties zoals de  GZB, Open Doors, St. Gave, IZB enz.
- De gemeente moet worden aangespoord tot bewuster bijdragen voor het werk van de zending. Het is goed om met een  financiële thermometer de stand der giften bij te houden.
- Het zou een goede zaak zijn om leden te werven voor de GZB en andere zendingsorganisaties.
- Verspreiden van zending lectuur (denk aan GZB blad ”Alle Volken”) om het werk van de zending meer onder de aandacht te  brengen.
- Jongeren via catechese en jeugdwerk beter voorlichten over het zendingswerk.
- Eén commissie vormen met de evangelisatiecommissie en zendingscommissie.
 
 
 
 
Hoofdstuk 10: Relatie met de Christelijk Gereformeerde Kerk en Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) ter plaatse.
 
10.1 Visie.
 
Het gebed van de Here Jezus in Johannes 17 ”opdat zij allen één zijn ”draagt ons op om de eenheid met andere kerken te zoeken en vorm te geven. Er is veel onnodige verdeeldheid en deze verdeeldheid is tevens een grote oorzaak van het zwakke getuigenis van de kerken in Nederland. We zijn er diep van overtuigd, dat wij met verschillende geloofsgemeenschappen in het dorp Stadskanaal een gestalte zijn van de algemene christelijke kerk in deze wereld, waarvan Christus het Hoofd is en wij de leden. Christus vergadert de zijnen immers uit alle volken, talen en natiën. Wij streven naar brede interkerkelijke samenwerking met kerken, die dezelfde visie op de Heilige Schrift als het onfeilbare Woord van God hebben en staan op de belijdenis, de drie formulieren van enigheid. (Heid.Catechismus, Ned.Geloofsbelijdenis, Dordtse leerregels) 
 
10.2 Stand van zaken.
 
CGK
Ruim twintig jaar lang worden er op de tweede feestdagen met Kerst, Pasen en Pinksteren gezamenlijke diensten met de broeders en zusters van de Chr.Geref.Kerk gehouden. Om de beurt vindt de dienst plaats in één van beide kerken. Deze diensten mogen zich verheugen in een goede belangstelling en worden duidelijk gedragen door de leden van beide gemeenten.
Sinds de zomer van 2004 zijn er voor het eerst tijdens de basisschoolvakantie zeven zondagen geweest met gezamenlijke diensten, om de beurt ’s morgens en ’s avonds belegt in één van beide kerken. Ook vakantiegangers wisten de kerkgebouwen te vinden door een vakantiefolder, waarin de diensten in de vakantieperiode waren afgedrukt en die verspreid waren over recreatiebedrijven en campings in de wijde regio om Stadkanaal. 
De relatie met de Chr.Geref.Kerk een relatie, die gebaseerd is op wederzijds respect en (h)erkenning. De vele gezamenlijke diensten hebben er veel toe bijgedragen, dat de gemeenteleden elkaar beter hebben leren kennen, wat heel belangrijk is voor een verder naar elkaar toegroeien. De wens daartoe bestaat in beide kerkenraden en gemeenten.
 
GKV
Sinds 2012 zijn er meerdere ontmoetingen geweest op moderamenniveau tussen
Geref. Kerk (Vrijgemaakt) te Stadskanaal en van de Hervormde Gemeente NieuwStadskanaal (Oosterkadekerk). Aangezien er voor die tijd nauwelijks sprake was van een relatie en we elkaar amper kenden is dit een verheugende ontwikkeling, dat we elkaar als gemeenten, die zich gebonden achten aan Schrift en belijdenis, in het oog beginnen te krijgen. De sfeer is broederlijk en hartelijk en we leren elkaar steeds beter kennen. Afgesproken is, dat beide kerkenraden elkaar vaker op moderamenniveau blijven ontmoeten en dat er intern gekeken wordt of er behoefte bestaat aan een ontmoeting tussen de beide voltallige kerkenraden of ook met die van de Chr. Geref. Kerk er bij. Samen met de Chr. Geref. Kerk en de Geref.
Kerk (Vrijgemaakt) worden er met Kerst en Pasen een ouderenmiddag georganiseerd, die mag rekenen op steeds voldoende belangstelling.
 
10.3  Beleidsvoornemens.
 
De kerkenraad heeft besloten om de volgende mogelijkheden tot nadere samenwerking te onder zoeken: 
 
- het organiseren van activiteiten voor de jeugd.
- het houden van een gezamenlijke zangdienst op de laatste zondagavond van de maand.
- het op termijn streven naar gezamenlijke avonddiensten.
- het organiseren van een thema- of gemeenteavond voor de leden van alle drie de kerken (CGK/GKV en OKK).
- de bestaande diensten op de tweede feestdagen blijven gehandhaafd, de Geref. Kerk. (vrijgemaakt) zal ook aan deze  diensten meedoen.
- samen met de Chr. Geref. Kerk en de Geref. Kerk (vrijgemaakt) een Reformatieherdenking organiseren.
- intensivering van het overleg tussen beide kerkenraden en het in 2016 ingezette onderzoek voor verdere en nauwere  samenwerking.
- De kerkenraad van de Hervormde Gemeente Nieuw-Stadskanaal streeft met het oog op de toekomst naar blijvend goede en  hartelijke betrekkingen met de Geref.Kerk (Vrijgemaakt). Nieuw te beroepen predikant(en) bereid zijn tijd en energie  te steken in deze relatie. 
- We blijven de gezamenlijke Kerst- en Paasmiddag voor ouderen van de drie kerken organiseren.
- Het houden van gezamenlijke diensten op Hemelvaartsdag, Bid- en Dankdag voor gewas en arbeid en ook de  Kerstnachtdienst (optie is nog Oud- en Nieuwjaarsdag).
 
 
 
 
Hoofdstuk 11: Relatie met andere gemeenten in de P.K.N.
 
11.1.0  Visie zie hoofdstuk 9.1
 
11.2.0  Stand van zaken. 
 
Sinds op 1 mei 2004 jl. de nieuwe kerkorde van de Protestantse Kerk van kracht is geworden, maakt de Hervormde Gemeente Nieuw-Stadskanaal deel uit van de classis Oost-Groningen. In deze classis vergaderen alle Hervormde gemeenten, gefedereerde en gefuseerde S.O.W. gemeenten, Gereformeerde kerken en Lutherse gemeenten uit Oost-Groningen. De kerkenraad van de Hervormde Gemeente Nieuw-Stadskanaal heeft met anderen het initiatief genomen om te komen tot de oprichting van een ring van rechtzinnige gemeenten. Dit om te voorkomen, dat de stem van gemeenten die Hervormd wensten te blijven in de P.K.N. in getrouwheid aan Schrift en belijdenis, niet meer zou worden gehoord in de classis of telkens overstemd. Samen zijn we sterker dan alleen. Bovendien verschaft de ring van gemeenten de mogelijkheid om in geval van een vacature van de predikantsplaats een rechtzinnige consulent te krijgen uit een wat modaliteit betreft gelijkgezinde gemeente. 
 
11.3.0   Beleidsvoornemens.
 
De kerkenraad van de Hervormde Gemeente spreekt uit, dat zij streeft naar goede verhoudingen met alle andere gemeenten binnen de P.K.N. Dat zijn voorkeur uitgaat naar die gemeenten met wie een ring van gemeenten is gevormd, spreekt voor zichzelf, maar dat ontslaat hem niet te streven naar zo goed mogelijke verhoudingen binnen de classis en met de Protestantse Gemeente Stadskanaal in het bijzonder, waarbij het vooral zal gaan om de visie op de Schrift en de belijdenis van de kerk. Predikant en kerkenraad zullen de gemeente trouw vertegenwoordigen op de classicale vergaderingen en hun stem laten horen. Ook zullen zij zich inspannen om de ring van gemeenten naar behoren te doen functioneren.
 
 
 
 
Hoofdstuk 12:  Kerkrentmeester.
 
12.1.0  Visie.
 
Het beheren van de kerkelijke gelden, goederen, personeelsbeleid (koster), kerkhof, ledenadministratie en archieven is een taak van het College van Kerkrentmeesters. Het is belangrijk, dat beseft wordt dat het financiële en het geestelijke twee kanten van één en dezelfde medaille zijn. Met andere woorden: het financiele mag niet heersen over het geestelijke. Anderzijds is het geven en instandhouden van de stoffelijke belangen van de gemeente een voluit geestelijke zaak en de gemeente mag en moet indien nodig op haar verantwoordelijkheid in dezen worden aangesproken. Als wij geloven, dat wij behouden zijn door het verlossende werk van Christus aan het kruis, dan zijn wij ook behouden met ons geld en goed. Dat wil zeggen, dat wij er ten diepste niet zelf meer baas over zijn, maar Christus en dat wij geroepen zijn om met het ons geschonken en verworven goed Christus, de zaak van zijn gemeente en Gods Koninkrijk te dienen. Voorkomen moet worden, dat de kerkrentmeesters het gevoel krijgen, dat zij uitsluitend verantwoordelijk zijn voor het financiële en stoffelijke welbevinden van de gemeente. Dat is een taak van de gehele kerkenraad en gemeente. Ook moet het College van Kerkrentmeesters geen aparte positie in de kerkenraad hebben betreffende de financiële belangen van de gemeente. Uiteindelijk beslist de voltallige kerkenraad over alle geestelijke en stoffelijke aangelegenheden van de gemeente. Daarom is er een goed samenspel nodig tussen kerkenraad en kerkrentmeesters.
 
12.2.0  Overzicht van de kerkrentmeesterlijke taken.
 
12.2.1  Het College van Kerkrentmeesters.
 
Het College van Kerkrentmeesters bestaat uit drie ouderlingen-kerkrentmeesters en één kerkrentmeester. Zij kiezen uit hun midden een voorzitter, secretaris en penningmeester. De specifieke taken worden onderling verdeeld. 
 
12.2.2.  Kerkrentmeesterlijke taken.
 
De hoofdtaak van de kerkrentmeesters is het scheppen van voldoende financiële ruimte om de erediensten en alle overige taken en activiteiten binnen de Hervormde Gemeente Nieuw-Stadskanaal in de P.K.N. te bekostigen.
 
 Zonder compleet te zijn volgt hier een opsomming van de werkzaamheden:
 
- Het opstellen van een begroting voor het gehele kerkelijke werk.
- Afleggen van financiële verantwoording aan kerkenraad, gemeente en RCBB door middel van het opstellen van een  jaarrekening. 
- Geldwerving d.m.v. actie Kerkbalans en andere acties, die men nodig acht om de financiële taakstelling te halen.
- Het beheer van de kerk, de pastorie, zalencentrum “De Rank”, het kerkhof, de tuinen en terreinen bij de gebouwen.
- het verzorgen en bijhouden van de ledenadministratie.
- het aansturen van personeel en het daarmee verbonden personeelsbeleid.

12.3.0  Geldwerving.
 
De gemeente aansporen voldoende financiële middelen bijeen te brengen is een uitermate belangrijke taak. Daarvoor is nodig, dat de gemeente eerst en vooral goed geïnformeerd en duidelijk gemaakt wordt, wat er nodig is en waarom en wat dat voor het vaststellen van ieders vrijwillige bijdrage betekent. Het hele jaar door is het nodig de gemeente alert te houden waar het de stand van de financiën betreft, zonder al te opdringerig te zijn of de indruk te wekken, dat het altijd weer om geld gaat. 
 
Wijze van geldwerving:
 
- Vrijwillige bijdrage in het kader van de actie ”Kerkbalans”. 
- De wekelijkse collecten in de zondagse erediensten.
- De collecten op bid- en dankdag. 
- Het verjaardagfonds.
- Organiseren van allerlei activiteiten.
- Het innen van de solidariteitsbijdrage.
- Het aansporen van de gemeente tot het geven van giften en legaten.
- Maandelijkse deurcollecte ten behoeve van rente en aflossing van “De Rank”.
 
12.3.1  Besteding van de financiële middelen.
 
De grootste uitgavenpost voor de Kerkrentmeester is de predikantsplaats. Daarnaast ontvangt de koster de wettelijke toegestane vrijwilligersvergoeding voor zijn werkzaamheden. Een andere grote uitgavenpost is het onderhoud aan de Oosterkadekerk, de pastorie aan de Oosterkade en het kerkhof en de bijbehorende tuinen en terreinen.
 
 
12.3.2.  Beheer gebouwen.
 
Als het om gebouwen gaat hebben de kerkrentmeesters tot taak:
 
- Het regelen en omschrijven van het gebruik van de Oosterkadekerk en zalencentrum “De Rank” voor z.g. ”eigen”   gemeenteactiviteiten en het verpachten van “De Rank”.
- Onderhoud aan kerkgebouw, orgel, meubilair, uurwerk en geïnstalleerde apparatuur en eventuele andere materiële zaken.
- Onderhoud aan pastorie en tuin. Met het predikantsechtpaar wordt jaarlijks contact onderhouden over de staat van de   pastorie en andere materiële zaken. 
- Onderhoud aan kerkhof.
- Onderhoud aan terrein rond Oosterkadekerk.
 
12.3.3.  Personeel.
 
- De kerkrentmeesters stellen een taakomschrijving voor de koster vast en zien er op toe dat deze wordt uitgevoerd. 
- De kerkrentmeesters stellen organisten aan, onderhouden geregeld contact met hen en stellen een dienstrooster vast.   
 
12.4.0  Beleidsvoornemens voor de periode 2017-2021
 
- De kerkrentmeesters stellen een onderhoud – en investeringsplan op voor de periode 2016-2020, zodat inzichtelijk wordt  welke kosten er te verwachten zijn, welke noodzakelijke uitgaven gedaan moeten worden en welk bedrag er op de   jaarlijkse begroting gereserveerd dient te  worden voor toekomstig onderhoud of vervanging. Ook voor subsidieaanvragen  is een dergelijk plan onmisbaar. 
- De kerkrentmeesters streven naar een evenwichtige wijze van het opstellen van de begroting met vermijding van grote   jaarlijkse begrotingsverschillen. Eventuele calamiteiten in de vorm van onverwachte tegenvallers daar gelaten.
- De kerkrentmeesters blijven doorgaan met het in kaart brengen van het giftenpatroon van de leden, uiteraard met   zorgvuldige geheimhouding van persoonsgegevens.
- De kerkrentmeesters nemen zich voor om alles te doen wat de betrokkenheid van de gemeenteleden bij het werk van de  kerkvoogdij kan vergroten. Daarvoor is eerst en vooral voorlichting en informatie noodzakelijk. Ook het persoonlijk  werven van vrijwilligers bij het werk is een belangrijke zaak. Het eenmaal per jaar organiseren van een gezellige  avond met een hapje en een drankje voor alle vrijwilligers is ook een uitstekende manier om dank te betonen en de   betrokkenheid op peil te houden. 
- Het stimuleren van groei van de inkomsten, van belang voor de instandhouding van de predikantsplaats op de langere  termijn en het in goede staat houden van de gebouwen en goederen.
- Het actueel houden van het ledenbestand. 
- Het zorgen voor een aansprekend en informatief kerkblad.  
 
 
 

Hoofdstuk 13: Enkele praktische afspraken. 
13.1 Enkele praktische afspraken. op basis van het beleidsplan.
 
1. In de kerkenraadsvergadering van …. wordt het beleidsplan besproken en eventueel gewijzigd en / of aangevuld.
2. Eenmaal per jaar vind een voortgangsgesprek plaats tussen een kleine delegatie van de kerkenraad en de predikant. Dit   gesprek kan tevens een huisbezoek zijn.
3. Eenmaal per jaar vindt een gesprek plaats tussen de kerkrentmeesters en de predikant / c.q. predikantsgezin over   materiële aangelegenheden.
4. De predikant houd toezicht op het pastorale werk en heeft samen met het consistorie de eindverantwoordelijkheid. 
5. Elke meelevende pastorale eenheid wordt zo mogelijk eens in de twee jaar bezocht door de wijkouderling t.a.v. niet   meelevende gemeenteleden kan hij zonodig een beroep doen op de overige leden van de kerkenraad.
6. De predikant bezoekt de gemeenteleden van 85 jaar en ouder ter gelegenheid van hun verjaardag. Daarnaast brengt hij   elk jaar nog tenminste één maal een bezoek aan hen die de kerkdiensten niet meer kunnen bijwonen. 
7. De ouderling bezoekt de gemeenteleden van 80 jaar en ouder tenminste twee maal per jaar waarvan die van 80 – 85 jaar   éénmaal ter gelegenheid van hun verjaardag.
8. Voor chronische zieken is het genoemde in punt 6 en 7 van toepassing.
9. De ouderling informeert tijdens zijn bezoek aan ouderen naar het werk van de H.V.D., neemt zo nodig contact op met de   betrokken H.V.D. –ster.
10. De leden van de kerkenraad zijn alert m.b.t. het kerkbezoek van gemeenteleden en attenderen de predikant c.q.   ouderling er op als een gemeentelid een aantal weken ontbreekt. 
11. Gemeenteleden die een huwelijksjubileum vieren worden ter gelegenheid daarvan bezocht door de predikant c.q.   ouderling.
 
 
 
 
Hoofdstuk 14:  Hervormde Vrouwen Dienst (H.V.D.)
 
14.1 Richtlijnen t.b.v. het H.V.D.-bezoekwerk.
 
1. Bezoeken door de H.V.D zijn in  de eerste plaats diaconaal van aard, en  vallen derhalve onder de verantwoordelijkheid  van de diaconie. T.a.v. het pastorale aspect kunt u handelen naar eigen inzicht van zaken, of contact opnemen met de  betrokken ouderling.
2. Alle gemeenteleden ouder dan 75 jaar worden in elk geval twee keer per jaar bezocht: t.g.v. hun verjaardag en met  kerstmis. In beide gevallen wordt een presentje bezorgd.
3. Het bezoek vindt plaats namens onze kerkelijke gemeente. Ingeschrevenen die afwijzend staan ten aanzien van de kerk of  kerkgang hoeft u niet te bezoeken. 
4. In sommige gevallen zullen ook gemeenteleden die jonger zijn dan 75 jaar moeten worden bezocht; dit in overleg met de  betrokken ouderling.
5. Meelevende ouderen die niet meer naar de kerk kunnen komen, dienen vaker dan de hierboven genoemde tweemaal te worden  bezocht.
6. Alleenstaanden dienen vaker een bezoekje te krijgen dan echtparen.
7. H.V.D. en ouderlingen / diakenen kunnen zonodig altijd contact met elkaar opnemen. In elk geval vindt er eenmaal per  jaar een hiervoor bedoelde vergadering plaats van alle betrokkenen. 
8. Het werk van de H.V.D. is een belangrijk onderdeel van onze gemeente. Het is een christelijke opdracht, die tevens een  warme uitstraling naar buiten heeft. In een groot aantal gevallen zal elke H.V.D.er moeten handelen naar eigen inzicht  en verantwoordelijkheid.  
9. In de toekomst zal dit werk alleen nog maar belangrijker en omvattender worden, gelet op het groter aandeel dat  ouderen zullen hebben in onze gemeente qua aantal en kerkelijke bijdrage. 
 
 
   Vastgesteld in de kerkenraadsvergadering van 16 november 2016
 
 
 Voorzitter:           Scriba:
 
  B. te Velde (ouderling)       F.E. Mol (ouderling-scriba)