“Het ei van Columbus…” 
In 1492 ontdekte Columbus Amerika. Zo leerden wij op de lagere school. Hijzelf hield altijd vol dat hij de westelijke route naar Azië had ontdekt. Toch kwam de ‘ontdekker van Amerika’ niet alleen in de geschiedenisboeken, hij werd ook op een voetstuk geplaatst. Sinds 1492. Tot gisteren, donderdag 11 juni 2020. Toen ging hij van zijn sokkel. Letterlijk. 
Samen met vele andere standbeelden van ‘onderdrukkers en slavenhandelaars’. 
Geweldigen die achteraf toch ook geweldenaars en geweldplegers bleken te zijn geweest. 
 
Wereldwijd moeten standbeelden met een kwalijk riekend verleden het dezer dagen ontgelden, in de nasleep van een vanuit Amerika overgewaaide, wereldwijde anti-rassenhaat na ‘de dood van één man’. Eén van de reacties – misschien wat verlaat? – tegen de slavenhandel in de 16e en 17e eeuw is het omhalen of verwijderen van standbeelden. Een reactie tegen de zuidelijke staten van Amerika, die zo fél tegen de afschaffing van de slavernij waren. Een reactie tegen politiegeweld in het bijzonder en racisme in het algemeen. Een reactie (ietsje eerder) tegen Zwarte Piet. Dit laatste overigens aangezwengeld door een Afro-Amerikaanse vrouw, die Nederland even aandeed…
 
We hoeven het verleden – vooral de donkere dagen en daden – zeker niet te verheerlijken. We hebben veeleer van onze geschiedenis te leren, zodat we niet (steeds weer) in die valkuil stappen van herhaling. Voor mij zijn standbeelden ergens ook een stukje uitdrukking van ons verleden. Hoe had ik ooit van Michiel Adriaanszoon de Ruyter gehoord, als ik hem niet elke zomer tegenkwam? Vanaf de camping op Noord-Beveland gingen we altijd wel een dagje Vlissingen doen. Vlissingen was voor ons geen Vlissingen zonder ritje boulevard. Van het Nollenbos in het westen met zijn bamboebuizen-windorgel (de enige in Nederland, die een schakel vormt met alle windorgels langs de kust van Zuid-Afrika tot aan het noordelijkste puntje van Scandinavië), langs de Gevangentoren en de opleidingsschool voor de bootsloodsen (mannen, die met een loodsboot naar de grote zeeschepen werden gebracht, op weg naar of komend van Antwerpen, om ze door de nauwe vaargeul te loodsen). En dan natuurlijk het hoogtepunt, helemaal aan het einde van de boulevard, ‘tot daar waar gij niet verder kunt’… dáár stond Michiel. En achter Michiel, op de stoep… de ijscokraam. 
 
Bij Michiel stapten we uit de auto. Een jaarlijks ritueel. Met een hoorntje ijs in de hand stonden we voor hem. Onze zeeheld, donkergroen gebronsd, standvastig staand. Als wakkere wachter, waakzaam kijkend over de Westerschelde. En soms, zo leek het, keek hij even omlaag. Alsof hij na al die eeuwen (nou ja, sinds 1841 dan) ook zin had in een ijsje. Of lag er soms een zekere ergernis in zijn blik? Vanwege de zeemeeuwen, die – terwijl zijn heldendaden allang vervlogen waren – zijn bronsgroene jas nog altijd van nieuwe medailles voorzagen? 
Zonder Michiel is Vlissingen voor mij geen Vlissingen. Al is hij niet méér dan een standbeeld die het verleden – vooral mijn vakantie-verleden – een stukje uittekent. 
 
Jaren later bezocht ik (de replica van de) de Batavia, toen nog aangemeerd bij Lelystad. Een koopvaardijschip uit de tijd van de VOC, van Michiel. Wie de Scheepsjongens van Bontekoe heeft gelezen (nog altijd één van mijn favoriete jongensboeken), kan niet om een bezoekje aan de Batavia heen. Al is het gevaar niet denkbeeldig om de reis naar de oost te romantiseren. Van Hoorn naar Batavia. Met Padde Kelemijn en Peter Hayo.
Wanneer je vervolgens afdaalt in het ruim van de Batavia, met name het slavendek opkruipt – ik vind dat je dan ook alles gezien en gedaan moet hebben! – dan bekruipt je een enorm gevoel van engtevrees, wanneer je ziet dat het dek bóven je nog geen 60 centimeter ruimte laat. Hier en zó lagen de slaven uit Afrika. Aan kettingen vastgeketend, wekenlang liggend in hun eigen vuil. Van wie velen de toch niet eens overleefden. Maar ja, dat woog zogenaamd niet op tegen de slaven die levend geveild werden. Mens onterend. 
Dit schrijvend, bedacht ik mij het volgende: als bronzen Columbus al van zijn sokkel moet, waarom dan niet ook meteen de brand in de Batavia?! Toch? Laten we alles wat aan dat verwerpelijke en aanstootgevende verleden van ons herinnert voor eens en voor altijd, goed en grondig uitwissen. Zodat we ‘kinderlijk onwetend en onschuldig’ een vrije en blije toekomst tegemoet kunnen gaan, zonder de ballast van ons kwalijke verleden. Laten we doen alsof het nooit gebeurd is.
Terwijl we vergeten, dat de geschiedenis zich hoe dan ook zal herhalen!
l’Histoire se repête, is het niet zo?! 
 
Vanmorgen werd ik geraakt door wat Paulus in Athene zegt. Waar hij nu eens niet het Oude Testament citeert, maar de Atheners aanspreekt met hun eigen dichters: “Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij (dat is van Epimenides van Kreta)… zoals ook enkelen van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht” (dat komt weg bij Aratus). 
Vooral het citaat van Aratus (in zijn gedicht Phainomenon) maakt duidelijk dat wij allen ‘bij God vandaan komen’. Wanneer alle etnische groepen wereldwijd ‘van één man komen’ geeft dat toch te denken. En dat niet alleen op de Areopagus. Wat één man al niet teweegbrengt… 
 
Misschien moeten we het ei van Columbus opnieuw uitvinden. 
En voor wie dat misschien nog niet weet, wat dat ei nu precies was…? Wanneer er geen passaatwinden in de zeilen waren, deden de zeelieden aan boord van het karveel Santa Maria een spelletje tegen de verveling. Door te proberen een ei rechtop te laten staan en dat op een voortdurend hellend dek. Natuurlijk rolde het ei steeds om. Totdat Columbus voorbijkwam, het ei oppakte en zodanig hard op het dek neerzette, dat de schil brak (hard gekookt denk ik dan, dat ei bedoel ik!) en het ei overeind bleef staan! 
 
Het ei van Columbus ‘staat’ spreekwoordelijk nog altijd overeind. Van zijn standbeeld kan ik dat niet zeggen. ‘Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd haar te herhalen’ zei iemand in 1905. Toen stond bronzen Michiel al ruim zestig jaar op zijn sokkel in Vlissingen. Zullen we er ooit iets van leren, zo vraag ik me nog wel eens af! 
 
Toen ik onlangs in Vlissingen was, kon ik niet nalaten de boulevard af te rijden. Het hoort erbij! Tegenwoordig is het éénrichtingsverkeer. Maar dan wél in de richting naar Michiel toe. 
 
Michiel staat er nog altijd. De ijscokraam is echter verdwenen…
 
Pastoraat ‘online’
Mocht u of jij extra contact willen – of leeft u met bepaalde vragen? – dan kunt u mij altijd bereiken mailen via Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.. Of anders een belletje naar ouderling J.G. Wilts (06-555.557.02). Gelieve niet de voicemail van mijn huistelefoon in te spreken. 
We denken aan elkaar, in het bijzonder zij die ziek zijn, of die zich eenzaam, verlaten of vergeten voelen. We bidden voor elkaar, zodat u en jij zegen ervaart. We houden vast aan de Hoorder van het gebed, Die gisteren en vandaag Dezelfde is, en tot in alle eeuwigheid, Die het beloofd heeft: “Ik ben met U, al de dagen, tot aan de voleinding der wereld.”
 
Vanuit de pastorie

Mijn gevleugelde fladderaars zitten nu – bijna volwassen groot – om beurten, soms met zes tegelijk, op de rand van mijn stoel. Nog altijd gaan die bekjes (nou ja: héle snavels!) open, de vleugels simultaan fladderend, om daarmee aandacht te vragen van pa en moe. Je hoort ze piepen: “ik… ik… ik…”). Als vervolgens mijn telefoon gaat, en mijn dochter zegt: “Páhhhhhàp!” (je weet wel, met zo’n superlief boogje in de stem) “kun je mij…?!”

Dan zie ik opnieuw iets, iemand fladderen.

 
Met een hartelijke groet vanuit de pastorie.
Ds. M.F. van Binnendijk

 

Liturgie zondag 14 juni ds. C.G. op t ’Hof
Welkom en afkondigingen
Zingen: Psalm 92: 1, 2
Votum en groet
Openingstekst: Johannes 20: 21-22
Zingen: Gezang 243: 1, 2, 3
Wetslezing: Exodus 20: 1-18
Zingen: Gezang 243: 4, 5, 6, 7
Gebed om de Heilige Geest
Schriftlezingen: Genesis 2: 4-7 en Ezechiël 37: 1-14
Zingen: Psalm 146: 2, 3
Verkondiging vanuit Ezechiël 37: 14 ‘Ik zal Mijn Geest in u geven, u zult tot leven komen’
Zingen: Psalm 103: 1, 5
Gebed 
Zingen: Gezang 462
Zegen
 
Collectes tijdens de Corona kerkdiensten:
In deze periode van internet-kerk-diensten blijft het natuurlijk mogelijk om geld te geven voor de collectes die voor 2020 ingepland staan.
De eerste collecte kerkbeheer en diaconie kunt u overmaken op:
NL92 RABO 0 1022 73 065 
De tweede doelcollecte kunt u onder vermelding van collectedatum of doel over maken op: 
NL15 RABO 0 3607 48 120
Op deze manier blijft het voor ons mogelijk de doelen te voorzien van collectegelden
Kerkrentmeesters en Diaconie
 
14 juni Diaconie: Jeugdwerk
21 juni Diaconie: Stille Hulp                  H.A.
28 juni Diaconie: Kerk in Actie / Werelddiaconaat
 
 
Geslaagd!
Chantal Feikens, Ruben te Velde en Martijn Potze zijn geslaagd voor hun diploma. Ondanks een compleet ander examenjaar door de Corona-crisis is het toch een felicitatie waard! We wensen jullie succes met een vervolgopleiding maar bovenal Gods zegen voor de toekomst. 
Namens de jeugdraad,
Barbara Mulder 
 
Kerkomroep en kerkdienst gemist:
Vanaf nu zijn de diensten vanuit de Oosterkadekerk behalve op kerkomroep.nl ook te bekijken en te beluisteren op kerkdienstgemist.nl
kerkdienstgemist.nl heeft geen beperking wat betreft het aantal kijkers waardoor u zeer waarschijnlijk geen uitval zal ervaren van beeld of geluid.
Op kerkdienstgemist.nl zoekt u via provincie en plaats naar de Oosterkadekerk.   
We hopen dat een ieder nu ongestoord de dienst kan meebeleven
 
Psalm 32:3
Gij zijt, o Heer, mijn schuilplaats en mijn haven,
Gij zult aan mij al mijn beloften staven.
Wat mij benauwt, Gij stelt U aan mijn zij,
omringt met lied'ren van bevrijding mij!
Gij zult mij voortaan door uw trouw bewaken,
Gij zult mijn leven vol van vreugde maken.
Ik zal mijn weg lichtvoetig verder gaan,
Gij gaat mij voor, Gij maakt voor mij ruim baan.