Zingend Geloven

Zangdienst in de Hervormde Gemeente Oosterkadekerk

Zondagavond 30 oktober 2022


Thema:

'Door Jezus op je benen gezet'.

 

 

Voorganger Dhr. J. W. Bassie - Groningen
Organist Mark Wubs


Zingen voor de dienst: Gezang 323 : 1, 2 en 8
1.
God is tegenwoordig, God is in ons midden,
laat ons diep in 't stof aanbidden.
God is in ons midden, laat nu alles zwijgen
alles in ons voor Hem neigen.
Wie de stem heft tot Hem
sla de ogen neder,
geve 't hart Hem weder.

2.
God is tegenwoordig, die in 't licht daarboven
dag en nacht de engelen loven.
Heilig, heilig, heilig, zingen Hem ter ere
al de hoge hemelsferen.
Laat o Heer, U ter eer,
ons lied ook U prijzen,
lof en dank bewijzen.

8.
Heer kom in mij wonen, zij mijn hart en leven,
U ten heiligdom gegeven.
Gij die zo nabij zijt, wend mij toe uw wezen,
dat Ge in mij uw beeld moogt lezen.
Waar ik ga zit of sta,
laat mij U aanschouwen,
met een stil vertrouwen.

Welkom en mededelingen

Zingen: Psalm 146 : 1 en 3
1.
Zing, mijn ziel, voor God uw Here,
zing die u het leven geeft.
Zing, mijn ziel, uw God ter ere,
zing voor Hem zo lang gij leeft.
Ziel, gij zijt geboren tot
zingen voor den Heer uw God.

3.
Heil wien Jakobs God wil bijstaan,
heil die God ter hulpe riep.
Want zijn heil zal niet voorbijgaan,
God is trouw aan wat Hij schiep.
Wat in hemel, zee of aard
woont, is in zijn hand bewaard.

Votum en Groet

Zingen: Gezang 285 : 2 en 3
2.
Geef vrede, Heer, geef vrede,
de aarde wacht zo lang,
er wordt zo veel geleden,
de mensen zijn zo bang,
de toekomst is zo duister
en ons geloof zo klein;
o Jezus Christus, luister
en laat ons niet alleen!

3.
Geef vrede, Heer, geef vrede,
Gij die de vrede zijt,
die voor ons hebt geleden,
gestreden onze strijd,
opdat wij zouden leven
bevrijd van angst en pijn,
de mensen blijdschap geven
en vredestichters zijn.

Geloofsbelijdenis (staande)

Zingen: Psalm 103 : 4 en 5
4.
Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd 't westen is van 't oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd.

5.
Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan 't licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem.

Gebed

Schriftlezing : Johannes 5 : 1-15

De verlamde in Bethesda

1 Hierna was er een feest van de Joden en Jezus ging naar Jeruzalem.
2 En er is in Jeruzalem bij de Schaapspoort een badwater, dat in het Hebreeuws Bethesda wordt genoemd, met vijf zuilengangen.
3 Daarin lag een grote menigte van zieken, blinden, kreupelen en verlamden, die wachtten op de beroering van het water.
4 Want een engel daalde van tijd tot tijd neer in het badwater en bracht het water in beweging; wie dan het eerst daarin kwam, na de beweging van het water, werd gezond, aan welke ziekte hij ook leed. Dit vers komt niet in alle Griekse manuscripten voor.
5 En daar was een man die al achtendertig jaar ziek was.
6 Jezus zag hem liggen en omdat Hij wist dat hij al lange tijd ziek was, zei Hij tegen hem: Wilt u gezond worden?
7 De zieke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens om mij in het badwater te werpen wanneer het water in beroering gebracht wordt; en terwijl ik kom, daalt een ander vóór mij af.
8 Jezus zei tegen hem: Sta op, neem uw ligmat op en ga lopen.
9 En meteen werd de man gezond, nam zijn ligmat op en ging lopen. En het was sabbat op die dag.
10 De Joden dan zeiden tegen hem die genezen was: Het is sabbat, het is u niet geoorloofd de ligmat te dragen.
11 Hij antwoordde hun: Hij Die mij gezond gemaakt heeft, Die heeft tegen mij gezegd: Neem uw ligmat op en ga lopen.
12 Zij vroegen hem dan: Wie is de Mens Die u gezegd heeft: Neem uw ligmat op en ga lopen?
13 En hij die genezen was, wist niet Wie het was, want Jezus had Zich ongemerkt verwijderd omdat er een menigte was op die plaats.
14 Daarna vond Jezus hem in de tempel en zei tegen hem: Zie, u bent gezond geworden, zondig niet meer opdat u niet iets ergers overkomt.
15 De man ging weg en berichtte de Joden dat het Jezus was Die hem gezond gemaakt had.

Zingen: Opwekking 770 “Ik zal er zijn…”
Hoe wonderlijk mooi is uw eeuwige Naam
Verborgen aanwezig deelt U mijn bestaan
Waar ik ben, bent U: wat een kostbaar geheim
Uw naam is 'Ik ben' en 'Ik zal er zijn'

Een boog in de wolken als teken van trouw
Staat boven mijn leven, zegt: Ik ben bij jou
In tijden van vreugde, maar ook van verdriet
Ben ik bij U veilig, U die mij ziet

'Ik ben die Ik ben' is uw eeuwige naam
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij
Uw naam is 'Ik ben', en 'Ik zal er zijn'

De toekomst is zeker, ja eindeloos goed
Als ik eens moet sterven, als ik U ontmoet
Dan droogt U mijn tranen, U noemt zelfs mijn naam
U blijft bij mij Jezus, laat mij niet gaan

O Naam aller namen, aan U alle eer
Niets kan mij ooit scheiden van Jezus mijn Heer
Geen dood en geen leven, geen moeite of pijn
Ik zal eeuwig zingen, dicht bij U zijn

'Ik ben die Ik ben' is uw eeuwige naam
Onnoembaar aanwezig deelt U mijn bestaan
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij
Uw naam is 'Ik ben', en 'Ik zal er zijn'
Uw naam is 'Ik ben', en 'Ik zal er zijn'

Verkondiging: “Door Jezus op je benen gezet”.

Zingen: Opwekking 378 “Ik wil jou van harte dienen…”
Ik wil jou van harte dienen
en als Christus voor je zijn.
Bid dat ik genade vind, dat
jij het ook voor mij kunt zijn.

Wij zijn onderweg als pelgrims,
vinden bij elkaar houvast.
Naast elkaar als broers en zusters,
dragen wij elkanders last.

Ik zal Christus' licht ontsteken,
als het duister jou omvangt.
Ik zal jou van vrede spreken,
waar je hart naar heeft verlangd.

Ik zal blij zijn als jij blij bent,
huilen om jouw droefenis.
Al mijn leeftocht met je delen,
tot de reis ten einde is.
Dan zal het volmaakte komen,
als wij zingend voor hem staan.
Als wij Christus' weg van liefde
en van lijden zijn gegaan.
Dankgebed en voorbeden

Collecte (rondgang)

Zingen: Gezang 466 : 1, 2 en 3
1.
Als God, mijn God, maar voor mij is,
wie is er dan mij tegen?
Dan werken druk en droefenis
mij nochtans tot een zegen;
dan waakt alom een eng'lenwacht,
dan zie ik sterren in de nacht
en bloemen op mijn wegen.

2.
En wat er dreig', of wie er woed',
mijn Herder blijft mij leiden.
Geen donker dal van tegenspoed
kan van zijn staf mij scheiden.
Hij blijft mij overal nabij,
naar stille waat'ren voert Hij mij
en liefelijke weiden.

3.
Ik heb mijn God, dat is genoeg,
ik wens mij niets daarneven.
Veel meer dan 't meeste, dat ik vroeg,
is mij in Hem gegeven:
mijn hoogste goed, mijn troost in smart,
het enig rustpunt van mijn hart,
mijn eeuwig licht en leven.

Zegen
Zegenlied: Gezang 437 : 1, 2 en 3
1.
Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht!
God, laat mij voor uw aangezicht,
geheel van U vervuld en rein,
naar lijf en ziel herboren zijn.

2.
Schep, God, een nieuwe geest in mij,
een geest van licht, zo klaar als Gij;
dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt
en ga de weg die U behaagt.

3.
Wees Gij de zon van mijn bestaan,
dan kan ik veilig verder gaan,
tot ik U zie, o eeuwig Licht,
van aangezicht tot aangezicht.