Hervormde Gemeente Oosterkadekerk Stadskanaal

Zondag 1 augustus 9:30 uur

Bediening Heilige Doop

aan

Joy Groenewold

 

Voorganger Ds. M.F. van Binnendijk
Organist Ben te Velde


Binnenkomst kerkenraad

Welkom en mededelingen

Zingen: Gezang 334 : 1 en 5
1.
Here Jezus, wij zijn nu
in het heiligdom verschenen,
met ons kind gaan wij tot U
wil uw zegen ons verlenen
waar de roepstem wordt vernomen:
laat de kindren tot Mij komen.

5.
Al het onz' is U gewijd,
't liefste wat Ge ons toevertrouwde
wordt als offer U bereid.
Gij alleen kunt het behouden.
Schrijf de naam door ons gegeven
in het levensboek ten leven.

Stil Gebed

Votum en Groet

Zingen: Psalm 98 : 1 en 2
1.
Zingt een nieuw lied voor God den Here,
want Hij bracht wonderen tot stand.
Wij zien Hem heerlijk triomferen
met opgeheven rechterhand.
Zingt voor den Heer, Hij openbaarde
bevrijdend heil en bindend recht
voor alle volkeren op aarde.
Hij doet zoals Hij heeft gezegd.

2.
Ja Hij is ons getrouw gebleven,
Hij heeft in goedertierenheid,
naar de belofte eens gegeven,
het huis van Israël bevrijd.
Zijn volk is veilig in zijn handen.
Hij heeft zijn heerlijkheid ontvouwd.
Zo werd tot in de verste landen
het heil van onze God aanschouwd.

De Tien Woorden

Zingen: Psalm 103 : 8 en 9 (oude berijming)
8.
Gelijk het gras is ons kortstondig leven,
Gelijk een bloem, die op het veld verheven,
Wel sierlijk pronkt, maar kracht’loos is en teer;
Wanneer de wind zich over 't land laat horen,
Dan knakt haar steel, haar schoonheid gaat verloren;
Men kent en vindt haar standplaats zelfs niet meer.

9.
Maar 's Heeren gunst zal over die Hem vrezen,
In eeuwigheid altoos dezelfde wezen:
Zijn trouw rust zelfs op 't late nageslacht,
Dat zijn verbond niet trouweloos wil schenden
Noch van Zijn wet afkerig d' oren wenden,
Maar die naar eis van Gods verbond betracht.

Bediening van de Heilige Doop

  • Lezen formulier
  • Doopgebed
  • Vragen aan de doopouders
  • Bij het binnen brengen van Joy, zingen we:

Psalm 105 : 5 (oude berijming)
God zal Zijn waarheid nimmer krenken,
Maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Zijn woord wordt altoos trouw volbracht,
Tot in het duizendste geslacht.
't Verbond met Abraham, Zijn vrind,
Bevestigt Hij van kind tot kind.

  • Doopvragen aan de ouders
  • Bediening Heilige Doop

Toezingen: Psalm 134 : 3 (oude berijming)

Dat 's HEEREN zegen op u daal';
Zijn gunst uit Sion u bestraal';
Hij schiep 't heelal, Zijn naam ter eer;
Looft, looft dan aller heren HEER.

  • Vraag van trouw aan de gemeente
  • Gebed
  • Tijdens het wegbrengen van Joy, zingen we:


Gezang 184 : 1, 2 en 5 (bundel 1938)
1.
De Heer is mijn herder!
'k Heb al wat mij lust;
Hij zal mij geleiden
naar grazige weiden.
Hij voert mij al zachtkens
aan waat'ren der rust.

2.
De Heer is mijn Herder!
Hij waakt voor mijn ziel,
Hij brengt mij op wegen
van goedheid en zegen,
Hij schraagt m', als ik wankel,
Hij draagt m', als ik viel.


5.
De Heer is mijn Herder!
Hem blijf ik gewijd!
'k Zal immer verkeren
in 't huis mijnes Heren:
zo kroont met haar zegen
zijn liefde m' altijd.

Schriftlezing: Genesis 17: 1-9
1 Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HEERE aan Abram en zei tegen hem: Ik ben God, de Almachtige!
2 Ik zal Mijn verbond sluiten tussen Mij en u, en u uitermate talrijk maken. 3 Toen wierp Abram zich met het gezicht ter aarde en God sprak met hem: 4 Wat Mij betreft, zie, Mijn verbond is met u! U zult vader worden van een menigte volken. 5 U zult niet meer Abram heten, maar uw naam zal Abraham zijn, want Ik zal u vader van een menigte van volken maken. 6 Ik zal u uitermate vruchtbaar maken: Ik zal u tot volken maken en er zullen koningen uit u voortkomen.
7 Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u. 8 Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u vreemdeling bent, heel het land Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn. 9 Verder zei God tegen Abraham: En wat u betreft, u moet Mijn verbond in acht nemen, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door.

Zingen: Psalm 139 : 1, 7 en 8
1.
Niets is, o Oppermajesteit,
Bedekt voor Uw alwetendheid;
Gij kent mij, Gij doorgrondt mijn daan;
Gij weet mijn zitten en mijn staan;
Wat ik beraad', of wil betrachten,
Gij kent van verre mijn gedachten.

 

7.
Gij hebt mijn gans gestel doorgrond,
Zelfs voor mijn eersten levensstond.
Ik ben verbazend voortgebracht.
Op 't nagaan van Uw wondre macht,
Sla ik verrukt het oog naar boven:
'k Zal U, mijn Schepper, altoos loven.

8.
Mijn ziel bepeinst uw wonderdaan,
Die al 't begrip te boven gaan.
Uw oog heeft mijn gebeent' verzeld,
Toen ik, verborgen saamgesteld,
Als een borduursel, lag verscholen:
Van mij was niets voor U verholen.

Woordverkondiging: ”Wat mij betreft… wat u betreft…”

Zingen: Gezang 341 : 1, 2 en 3
1.
Gij hebt uw woord gegeven
nog voor ik U iets vroeg,
dat is voor heel mijn leven,
ja voor de dood genoeg.
Uw woord is daad, o Vader,
werd brood in de woestijn,
werd mens en is mij nader
dan wie mijn naasten zijn.

2.
Nu ik U heb gegeven
mijn woord op deze dag,
geef dat met heel mijn leven
ik daarvoor instaan mag,
dat ik het in mijn daden
waarmaak aan iedereen.
Maak zichtbaar uw genade
door mij en om mij heen.

3.
God, die uw woord gegeven,
uw Zoon gezonden hebt
en naar zijn beeld het leven
van wie U kent herschept,
wees door uw Geest met allen
die hebben ja gezegd,
dat zij die staan niet vallen.
Maak Gij ons trouw en echt.

Dankgebed en voorbeden

Zingen: Psalm 144 : 1 en 6
1.
Gezegend zij de Heer, die t' allen tijde
mijn toevlucht is, mijn hand leert hoe te strijden,
die voor 't gevecht mijn vingers vaardig maakt!
Hij is mijn burcht, die van de bergen waakt.
Gezegend Hij, de redder van mijn leven,
schild dat mij dekt, mijn vesting hoogverheven.
Gezegend zij de Heer, die mij behoedt
en die de volken brengt onder mijn voet.

6.
Gelukkig is het volk dat t' allen tijde
staat maken mag, o Heer, op uw geleide.
Gelukkig 't volk, waaraan Gij welvaart geeft,
het volk dat U, o God, tot Koning heeft!

Zegen