Zingend Geloven

Zangdienst
in de
Hervormde Gemeente Oosterkadekerk
Stadskanaal
Zondagavond 29 augustus 2021

 

Thema:

“Herken jij je Redder?”

 

 

 

Voorganger : Dhr. A. Lowijs - Noordscheschut
Organist : Ben te Velde

 

 

Zingen voor de dienst: Evang. Liedbundel 170
1.
Groot is uw trouw, o Heer,
mijn God en Vader.
Er is geen schaduw van omkeer bij U.
Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde
die Gij steeds waart,
dat bewijst Gij ook nu.

Refrein:
Groot is uw trouw, o Heer,
groot is uw trouw, o Heer,
iedere morgen aan mij weer betoond.
Ben ik ontrouw, Gij blijft immer Dezelfde,
Die Gij steeds waart dat bewijst Gij ook nu.

2.
Gij geeft ons vrede, vergeving van zonden,
en uw nabijheid, die sterkt en die leidt:
Kracht voor vandaag,
blijde hoop voor de toekomst.
Gij geeft het leven tot in eeuwigheid.

Refrein:

Welkom en mededelingen

Zingen: Gezang 470
1.
Wat vlied' of bezwijk', getrouw is mij God,
Hij blijft aan mijn zij in 't wisselend lot;
moog 't hart soms ook beven in 't heetst van de strijd,
zijn liefd' en ontferming vertroosten altijd.

2.
Verleid door het kwaad dat steeds mij belaagt,
gevallen in schuld, door wroeging geplaagd,
vertrouw ik slechts Hem, die mij leidt door zijn Geest,
mijn zonden vergeeft en mijn smarten geneest.

3.
Als God mij vertroost, is 't kruis niet te zwaar,
dan ken ik geen vrees in 't bangste gevaar,
dan win ik al strijdend vertrouwen en kracht
en zing ik mijn psalmen in duistere nacht.

4.
Ik roem in mijn God, ik juich in zijn trouw,
de rots mijner ziel, waar 'k eeuwig op bouw.
Ik zal Hem nog prijzen in 't uur van mijn dood,
dan rijst nog mijn loflied: zijn goedheid is groot!

Stil Gebed / Votum en Groet

Aanvangstekst: Romeinen 8 : 38-39
“Ik ben ervan overtuigd, dat dood noch leven, engelen noch macht en, noch krachten, noch heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer”.

Zingen: Psalm 71 : 1,2 en 8
1.
Heer, laat mij schuilen in uw hoede,
begeef mij niet, o God,
maak nimmer mij ten spot.
Leid in uw trouw mijn weg ten goede,
verleen mij uw nabijheid
en stel mij in de vrijheid.

2.
Wees mij een burcht, waarheen ik vluchten,
waarin ik nacht en dag
mij veilig bergen mag.
Mijn Rots, bij U is niets te duchten,
Gij hebt in al mijn noden
redding en heil geboden.

8.
Maar ik blijf, Here, op U wachten
en ik gewaag altijd
van uw gerechtigheid.
Uw heil is nooit uit mijn gedachten;
want wat Gij mij kunt schenken
is meer dan ik kan denken.

Gebed

1e Schriftlezing: Genesis 45 : 1-18 (HSV)

Jozef maakt zich bekend.
1 Toen kon Jozef zich niet meer bedwingen voor allen die bij hem stonden, en hij riep: Laat iedereen van mij weggaan. Er stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broers bekendmaakte.
2 Hij huilde zo luid dat de Egyptenaren en het huis van de farao het hoorden. 3 Jozef zei tegen zijn broers: Ik ben Jozef! Leeft mijn vader nog? Maar zijn broers waren niet in staat om hem antwoord te geven, want zij waren door schrik voor hem overmand. 4 Jozef zei tegen zijn broers: Kom toch dichter bij me! En zij kwamen dichterbij. Toen zei hij: Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie naar Egypte verkocht hebben. 5 Maar nu, wees niet bedroefd en laat jullie ogen niet in toorn ontvlammen omdat jullie mij hiernaartoe hebben verkocht, want God heeft mij vóór jullie uit gezonden tot behoud van jullie leven. 6 Deze twee jaren is er immers honger geweest in het midden van het land, en er komen nog vijf jaren waarin er geen ploegen of oogsten zal zijn. 7 God heeft mij vóór jullie uit gezonden, om voor jullie een overblijfsel veilig te stellen op aarde, en jullie door een grote uitredding in leven te houden.8 Nu dan, niet jullie hebben mij hiernaartoe gestuurd, maar God. Hij heeft mij aangesteld als een vader voor de farao, als heer over heel zijn huis en als heerser over heel het land Egypte. 9 Maak haast, ga naar mijn vader en zeg tegen hem: Dit zegt uw zoon Jozef: God heeft mij tot heer over heel Egypte aangesteld; kom naar mij toe, wacht er niet mee. 10 U kunt in het land Gosen wonen. Dan zult u dicht bij mij zijn, u, uw kinderen en kleinkinderen, uw kleinvee, uw runderen en alles wat u hebt. 11 Ik zal u daar onderhouden – want er zal nog vijf jaar honger zijn – zodat u niet verarmt, u, uw huis en alles wat u hebt. 12 Zie, jullie ogen zien het, en de ogen van mijn broer Benjamin zien het, dat mijn mond tot jullie spreekt. 13 Vertel mijn vader over al mijn eer in Egypte en over alles wat jullie gezien hebben. Haast je en breng mijn vader hierheen. 14 Toen viel hij zijn broer Benjamin om de hals en huilde, en ook Benjamin huilde terwijl hij hem omhelsde. 15 Vervolgens kuste hij al zijn broers en hij huilde met hen; daarna durfden zijn broers met hem te spreken. 16 Toen het gerucht dat de broers van Jozef gekomen waren, in het huis van de farao gehoord werd, was het goed in de ogen van de farao en in de ogen van zijn dienaren. 17 En de farao zei tegen Jozef: Zeg tegen uw broers: Doe dit: bepak uw dieren en ga op weg naar het land Kanaän, 18 haal uw vader en uw gezinnen op en kom naar mij toe. Ik zal u het beste deel van het land Egypte geven en u zult het voortreffelijkste van het land eten.

Zingen: Weerklank 494 (wijze: Vaste Rots van mijn behoud)
1.
Rots, waaruit het leven welt,
berg mij voor het wreed geweld;
laat het water met het bloed,
dat Gij stort in overvloed,
als een bron van Sion zijn,
die ontspringt in de woestijn.

4.
Wat ik in mijn handen houd
is uw kruis tot mijn behoud.
Gij die naakten overkleedt,
die tot redding zijt gereed,
die melaatsen rein doet zijn,
kleed mij, red mij, maak mij rein.


5.
Als ik eens het leven laat
en de adem mij ontgaat,
als mijn oog gebroken is,
als mijn ziel gedoken is
in de dorre doodsvallei,
o Gij Rots, wees daar nabij.

2e Schriftlezing: Hebreeën 2 : 10-15 (HSV)
10 Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou heiligen. 11 Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen,
12 want Hij zegt: Ik zal Uw Naam aan Mijn broeders verkondigen; te midden van de gemeente zal Ik U lofzingen. 13 En verder: Ik zal Mijn vertrouwen op Hem stellen. En vervolgens: Zie, Ik en de kinderen die God Mij gegeven heeft. 14 Omdat nu die kinderen van vlees en bloed zijn, heeft Hij eveneens daaraan deel gehad om door de dood hem die de macht over de dood had – dat is de duivel – teniet te doen, 15 en allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan slavernij onderworpen waren.

Tekst: Genesis 45 : 4a
’Kom toch dichterbij zei Jozef tegen hen, en daarop gingen ze dichter naar hem toe…’

Zingen: Gezang 455
1.
Als Hij maar van mij is
en ik ben van Hem,
als ik, tot de dood nabij is,
luister naar zijn trouwe stem,
heb ik niets te lijden,
leef ik in een vroom en stil verblijden.

2.
Als Hij maar van mij is
laat ik alles staan,
wil ik enkel zijn waar Hij is,
volg ik Hem waar Hij zal gaan.
Mij is om het even
heel het lichte, luide, aardse leven.

3.
Waar Hij maar van mij is
is mijn vaderland.
Zie hoe Hij alom nabij is
met de gaven van zijn hand.
Broeders lang verloren
vind ik weer in wie aan Hem behoren.

Verkondiging: “Herken jij je Redder?”

Zingen: Opwekking 392
1.
Mijn Jezus, ik hou van U,
Ik noem U mijn Vriend.
Want U nam de straf op U
Die ik had verdiend.
De grote Verlosser,
Mijn Redder bent U;
'K Heb van U gehouden,
Maar nooit zoveel als nu.

2.
Mijn Jezus, ik hou van U,
Want U hield van mij.
Toen U aan het kruis hing,
Een wond in uw zij.
Voor mij de genade,
Een doornenkroon voor U;
'K Heb van U gehouden,
Maar nooit zoveel als nu.

3.
Ik zal van U houden
In leven en dood.
En ik wil U prijzen,
Zelfs dan in mijn nood.
Als ik kom te sterven,
Dan roep ik tot U:
'K Heb van U gehouden,
Maar nooit zoveel als nu.

4.
Als ik in uw glorie,
Uw eeuwigheid kom,
Dan buig ik mij voor U,
In uw heiligdom.
Gekroond met uw heerlijkheid,
Zal 'k zingen voor U:
'K Heb van U gehouden,
Maar nooit zoveel als nu,
Maar nooit zoveel als nu.

Geloofsbelijdenis

Zingen: Gezang 217 : 1 en 4
1.
Jezus leeft en ik met Hem!
Dood, waar is uw schrik gebleven?
Hem behoor ik en zijn stem
roept ook mij straks tot het leven,
opdat ik zijn licht aanschouw,
dit is al waar ik op bouw.

4.
Jezus leeft! Nu is de dood
mij de toegang tot het leven.
Troost en kracht in stervensnood
zal de Levende mij geven,
als ik stil Hem toevertrouw:
Gij zijt al waar ik op bouw!

Dankgebed

Collecten (in de hal) en Zendingsbussen (aan de deuren)

Zingen: Opwekking 124
1.
Ik bouw op U,
mijn Schild en mijn Verlosser.
Niet eenzaam ga ik op de vijand aan.
Sterk in uw kracht, )
gerust in uw bescherming. ) 2x
Ik bouw op U en ga in uwe naam. )

2.
Gelovend ga ik,eigen zwakheid voelend.
En telkens meer moet ik uw kracht verstaan.
Toch rijst in mij )
een lied van overwinning. ) 2x
Ik bouw op U en ga in uwe naam. )

3.
Ik bouw op U, mijn Schild en mijn Verlosser.
Gij voert de strijd, de huld' is U gewijd.
In 't laatste uur )
zal 'k zegevierend ingaan ) 2x
in rust met U die mij hebt voortgeleid. )

Zegen

Zegenlied: Gezang 416 : 1 (Nieuwe Liedboek 2013)
1.
Ga met God en Hij zal met je zijn,
jou nabij op al je wegen
met zijn raad en troost en zegen.
Ga met God en Hij zal met je zijn.

 

Fijn dat u en jij er was vanavond!
De zangdienst commissie heet u bij een volgende zangdienst weer van harte welkom in deze kerk.

 

 

www.oosterkadekerk.nl